Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar ik nu eerst nog den Bt. Lëmpai wenschte te bezoeken,

vertrok ik met den Heer Spaan, die voor dienstzaken ook naar Lantjak wilde gaan, reeds op 15 April des morgens te 7'/2 uren van Na Badau. Na een genotvolle wandeling bereikten wij te half tien Pangkalan Pësaja en een kwartier later Pangkalan Djaroep, die nagenoeg halfweg tusschen Pangkalan Pësaja en Pangkalan Pinang ligt. Bij kleine troepjes kwamen onze dragers en draagsters aanzetten en onze twee sampans vulden zich langzaam met onze bagage; te 11 uren konden wij van het bonte, schilderachtige troepje afscheid nemen. Wel was het water laag, doch gelukkig was de pintas Pënemoi nog te gebruiken, waardoor wij te 5 uren Poelau Madjang bereikten.

Des morgens te half 8 roeiden wij over Danau Sërijang naar 16 April het moerasland aan den voet van den Lëmpai, dat bij hoog water steeds overstroomd is. Een goed half uur gaans door slib en over boomstammen bracht ons te 8.45 te Roemah Gëramma aan den voet van den Bt. Lëmpai. Dit huis is oud en vuil en, evenals de meeste huizen in dit gedeelte der Batang-Loeparlanden, op palen, niet meer dan 2 M. boven den grond, gebouwd en ook inwendig zeer laag, zoodat een Europeaan er niet rechtop kan staan. Het pad naar den Bt. Lëmpai loopt door het huis; vandaar beklommen wij al spoedig door ladangs den Bt. Lëmpai aan de noordoostzijde. De Lëmpai blijkt te bestaan uit sterk geplooide geserpentiniseerde diabaastuf en diabaastufbreccie, welke gesteenten in beekinsnijdingen aan de noordelijke helling op verscheidene plaatsen voor den dag komen. De strekking dezer gesteenten is hier WNW—OZO, de helling ±75° naar het Zuid-Zuidwesten. Discordant ligt hierop in dikke banken een rulle, geelwitte zandsteen, waarvan de onderste hier en daar grof en conglomeraatachtig worden. De strekking van deze gesteenten is nagenoeg Oost-West, de helling 90 naar het Zuiden. Het zijn deze zandsteenbanken, die de glooiende helling van den berg naar het Zuiden ten gevolge hebben, evenals ook de steile terrassen aan de noordzijde, waar de banken zijn afgebroken (zie fig. 28). Aan de noordzijde ligt de

Sluiten