Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zooveel bijdragen tot de landschappelijke schoonheid van het Boelit-dal.

Iets hooger draait de rivier zuid-zuidwestwaarts en zagen wij een dergelijke kalkzuil (PI. XXXI) vlak voor ons liggen. Van dezen berg konden de inlanders mij geen naam opgeven, zoodat ik meende zelf dezen berg door den doop te mogen individualiseeren, en hem den naam Cornelia-piek heb gegeven. Langs de oevers treedt in de nabijheid van dien berg ontleede diabaasamandelsteen op, waarin talrijke spleten met calciet zijn gevuld terwijl het gesteente zelf ook in hooge mate met dit mineraal is geïmpregneerd. Spoedig daarop is het rivierbed in kalksteen ingesneden. Ten Zuiden van den Liang Boeboek volgt in het rivierbed weder sterk gekneusden en geheel met calciet geïnfiltreerde diabaas en daarna weder kalk. Stellig het schilderachtigste punt in het geheele Boelit-dal vindt men hier, waar de rivier tusschen den Liang Boeboek (430 M.) en den Liang Mahang (337 M.) zich een weg baant. Beide kalkrotsen zijn vertikaal of overhangend en niet alleen aan de naar de rivier toegekeerde zijde, maar rondom onbeklimbaar.

De hooge rotswanden, die men in de onmiddellijke nabijheid van de rivieroevers voor zich ziet liggen, zijn geheel met struiken begroeid, waaronder hangende, klimmende en slingerende gewassen een groote rol spelen. V erder zijn deze bergen rondom rijk aan holen, die zijwaarts geopend zijn en waarvan de toegangen weder gedeeltelijk door zware stalaktieten zijn gesloten. Het maakt den indruk, alsof de berg van onder tot boven met reusachtige draperieën is omkleed, een kleurige versiering, waarin het rijk getinte groen der planten en het helder wit der stalaktieten om den voorrang strijdt. De Liang Boeboek kan men een eindweegs opklauteren en ik had gelegenheid daar in een der holen op ongeveer 30 Meter hoogte door te dringen. Plaat XXXII vervaardigd naar een in één dier holen genomen photographie, geeft een voorstelling er van hoe deze holen aan de buitenzijde als het ware met een gordijn van stalaktieten afgesloten zijn. Door de openingen tusschen de stalaktieten ziet men de stammen en kruinen

Sluiten