Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men wel telkens sterk wassen en dan geweldige water- en ook steengruis-massa's afvoeren, doch snel weder tot hun gemiddeld niveau terugkeeren en deze verhoudingen veranderen niet zeer veel, wanneer in een bepaald seizoen de buien talrijker en heviger zijn. Geheel anders is dit in den benedenloop der rivieren, waar de waterstand zich regelt naar den regenval in het geheele stroomgebied en waar dus in den regentijd, den tijd der talrijkste en hevigste buien, de watermassa's, die nu eens door één groep van zijriviertjes, dan weder door een andere worden aangevoerd, zich

vereenisren. Dan is de waterstand in de hoofdrivier, b. v. in de ö

Kapoewas, zoo hoog en de stroom zoo snel, dat men zou meenen, dat het onmogelijk zou zijn in dit seizoen de bergstroomen te bevaren. Toch is dit niet het geval; de moeielijkheden zijn het grootst in het benedendeel van den bovenloop der groote rivieren, waar het verval reeds groot is en reeds stroomversnellingen voorkomen , en waar tevens het water nog van vele zijrivieren afkomstig is en dus in den regentijd hoog blijft. Zoo is de Goeroeng Delapan in de Boven-Kapoewas in de maanden van sterksten regenv al, October—Januari, zelden te passeeren. De bergstroomen , zooals de Boelit, blijven echter steeds bevaarbaar, zoo men bij de herhaaldelijk plotseling opkomende vloeden (bandjirs) slechts zorgt bijtijds een veilige plaats te zoeken en dan

eenigen tijd te wachten.

Even boven den mond der Hangai komen langs de oevers eenige ladangs voor, het eerste gecultiveerde terrein, dat wij in de Boven-Kapoewas onder de oogen kregen, sedert wij boven Na Era het heuvelland waren ingetrokken. Er woonde hier een Maleier, Adam genaamd, met eenige Dajaksche vrouwen. Die Maleier was hierheen uitgeweken, omdat hij nog een straf moest ondergaan, die hem wegens oneerlijke handelingen door het Nederlandsche Gouvernement was opgelegd. Hier scheen hij, naar ons werd medegedeeld. op schaamtelooze wijze de rol te spelen van vertegenwoordiger van het Nederlandsch gezag en de Boengan-Dajaks in zijn voorgewende kwaliteit nu en dan te beboeten om die boeten natuurlijk in zijn eigen zak te steken. Bij

Sluiten