Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smaller wordende beek wij tot nabij haar bron doorwaadden-, zandsteen blijft hier het bodemvormend gesteente. Nu ging het weder steil opwaarts het bosch in, en te 8.45 a. m. werd de waterscheiding tusschen de Boelit en de Leja op 555 M. hoogte overschreden. Al spoedig ontmoetten wij een beek, de Kawau, die reeds naar de Leja water afvoert, welker bedding wij volgden. Van nu af werd de bedekking met onverplaatste vulkanische gesteenten, lavastroomen en tuffen, eene meer samenhangende en komen de daaronder liggende oudere gesteenten, zandsteen, kleisteen, hoornsteen enz., slechts hier en daar voor den dag. Het eerst ontmoetten wij een rhyolithstroom, waarvan het door de erosie nog gespaarde gedeelte ongeveer 4 M. dik is. In het bovenste gedeelte bestaat de stroom uit rhyolith-peksteen met enkele perlitische barsten, lager gaat dit gesteente geleidelijk in echten perliet over en bij het benedenvlak van den stroom rang-

b

Fig. 49. Doorsnede door een rhyolith-stroom in het dal van de kawau.

a. Rhyolith-tuf.

b. Rhyolith-peksteen met perlitische en mikro-columnaire structuur.

schikken de perlitische barsten zich steeds regelmatiger en meer loodrecht op het begrenzingsvlak, zoodat ten slotte de benedenrand van den stroom tot een dikte van ongeveer 6 mM. bestaat uit een glas, dat in regelmatig aaneensluitende vijf- of zeszijdige zuiltjes van ^3 mM. dikte is verdeeld, die loodrecht op het begrenzings-

Sluiten