Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlak (afkoelingsvlak) staan en dus in miniatuur geheel de voor bazalt zoo bekende zuilstructuur bezit. Men zou dit mikro-columnaire structuur kunnen noemen '). De rhyolithstroom rust op horizontaal gelaagden rhyolithtuf (zie fig. 49)1 waaronder discordant weder hoornsteen met radiolariën voor den dag komt. Iets lao-er volgt een stroom van biotiet-rhyolith, waaronder weder grauwackezandsteen voor den dag komt. Op de terugreis nam ik hier op één plaats waar, dat de volgorde der vulkanische gesteenten was: biotiet-daciet, daarop obsidiaan en daarop rhyolith. Dan volgt weder min of meer verweerde gestreepte biotiet-rhyolith. Beter dan door langwijlige beschrijving is uit het profiel op blad 19 van den atlas en de kaart VIIC te zien hoe 1111 en dan de kwartszandsteen of kleisteen voor den dag komt, terwijl op de meeste plaatsen deze gesteenten bedekt zijn door stroomen van rhyolith, obsidiaan, perliet, daciet en glimmerandesiet. Tusschen twee dergelijke stroomen, die alle in noordwestelijke richting schijnen te hebben gevloeid, is het verval in het beekje (de Kawau) gewoonlijk zeer gering en worden moerassen gevormd, die gemakkelijk te doorwaden zijn. Ook hebben zich daar dikke lagen van jonge, alluviale afzettingen, kleiachtig zand met steentjes, afgezet; in zulke terreinen vond ik aan de hellingen op vele plaatsen zeer fraaie aardpyramiden. Telkens staat ieder steentje op een zuiltje, één tot drie decimeter hoog, van kleiachtig zand. De steile helling-en

«_» o o

aan weerszijden van het beekje zien er dan uit als een reuzenorgel of ook wel als met duizende kanteelen en spitsjes bezette muren van een kasteel. Het is duidelijk, dat onder het loover der zware boomen, waar het windstil is en het water steeds loodrecht uit de kronen der boomen naar beneden druppelt, de omstandigheden voor de vorming en het in stand blijven van aardpyramiden bijzonder gunstig is. Te 11.30 a. m. werd de linkeroever van de Leja bereikt.

De Leja is een der belangrijkste affluenten van de Boengan;

1) Dit herinnert geheel aan hetgeen Scrope afbeeldt omtrent een „prismatic obsidian passing into globiform" van het eiland I'onza (G. Poulett Scrope, jo, p. 105, fig. 29.).

Sluiten