Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eruptieve gesteenten naar het schijnt in het geheel niet door de Kërëmoei boven Na. Panai worden afgevoerd. De Kërëmoei ontvangt haar water trouwens bijna uitsluitend uit het Madigebergte, dat wij als een zandsteen-plateau hebben leeren kennen, en zij ontspringt in de onmiddellijke nabijheid van de rivier van denzelfden naam, die zich in de Tëbaoeng ontlast. Gewoonlijk worden deze rivieren door de inlanders als Kërëmoei Tébaoeno-

o

en Kërëmoei Mëlawi van elkander onderscheiden. De Kërëmoei is een flinke 40—50 M. breede snelvlietende stroom, die van Na. Panai tot aan de Mëlawi een vrij aanzienlijk verval (1 : 410) heeft en verscheidene lastige stroom-versnellingen bezit. Deze worden slechts zelden door rotsen in het rivierbed, maar ee-

o

woonlijk door hooge karangans veroorzaakt.

B. De Mëlawi-vallei, de Lekawai en het Ra ja-gebergte.

Te 6.35 a. m. vertrok ik van Na. Panai, waar ik afscheid nam van mijn Dajaksche dragers en hun wakker hoofd Wangsa Patti, die van hier weder naar Lëmatak wilde terugkeeren. De photo, die ik van hen nam is als fig. 60 gereproduceerd; de persoon aan de linkerhand op de plaat is de langste Dajak, dien ik op Borneo heb ontmoet. Zijn lengte was 1.72 M. terwijl de gemiddelde lengte der Dajaks niet meer dan 1.60 bedraagt. Deze reus was ziekelijk, hoestte veel en scheen aan een borstkwaal te lijden.

De vaart de Kërëmoei af was zeer genotvol, en hier en daar spannend door de gevaren, die de stroomversnellingen aanboden, welke wij in groote vaart afschoten. De rivier is, zooals op Plaat XXXVII blijkt, gewoonlijk, niettegenstaande hare vrij aanzienlijke breedte, geheel en al door een gewelf van groen overschaduwd en op meer dan één plaats kan de Kërëmoei als een type gelden van een fraaie rivier in Centraal Borneo. Op kaart IXB zijn nadere bijzonderheden omtrent de gesteldheid der rivier en hare oevers gegeven. De oevers van de Kërëmoei zijn het hoogst en de stroomversnellingen het lastigst in de

Sluiten