Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoogste top van den Bt. Raja is min of meer koepelvormig en zwak gewelfd, zoodat daarop zeer waarschijnlijk een vlakte van eenige uitgestrektheid zal worden gevonden. Met mijn veldkijker kon ik duidelijk zien, dat de hoogste top met lage struikachtige boomen is begroeid, terwijl langs de flanken op vele plaatsen naakt gesteente te voorschijn komt.

Schwaner1) deelt op gezag der inlanders mede: „De kruin van den Bt. Raja vormt een vlakte van plus minus 200 vierkante voet, begroeid met laag kreupelhout. De stammen der boomen zijn dun en bedekt met een laag mos; terwijl derzelver wortelen, buiten alle verhouding dik, in slangvormige bochten door den steenachtigen grond heen kronkelen. Eene doordringende koude maakt het verblijf op den top des bergs onaangenaam. Slechts weinig dieren worden aldaar aangetroffen. Aan een van zijn hellingen bevindt zich een klein, slechts weinig vademen breed, doch zeer diep meer, omringd van steile rotswanden". Deze beschrijving is naar het mij voorkomt, juist en zou grootendeels ook kunnen gelden voor den top, waarop ik mij bevond. Omtrent het door Schwaner genoemde meer kon ik geen inlichtingen verkrijgen, wel werd mij door inlanders medegedeeld dat aan de zuidelijke helling van den Bt. Raja een warme bron voorkomt. Uit de zooeven genoemde kenmerken trekt Schwaner de conclusie, dat de Bt. Raja minstens 8500 voet hoog moet zijn, een schatting, die eveneens niet zeer ver van de waarheid afligt, Nog deelt Schwaner mede, dat de steenen, waaruit de wanden van den Bt. Raja samengesteld zijn, zeer licht van kleur moeten wezen. Ik verwacht dat de hoogste top van den Bt. Raja uit porphyriet, of, wat de gewelfde vorm van den top mij nog waarschijnlijker doet achten, uit graniet zal bestaan, misschien wel uit den aan plagioklaas rijken amphibool-biotiet graniet, die boven andere gesteenten onder de rolsteenen heerscht, die afgevoerd worden door de Karang, een

Nanga Sëpan minstens 4 dagen zal noodig hebben om den top van den Bt. Raja te kunnen bereiken. Zie Teuscher j2, p. 146 en volgende.

1) C. A. L. M. Schwaner. ji, p. 154.

Sluiten