Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanvankelijk stroomt het water nu zoowel door den nieuwen weg, de pintas, als door de oude bocht, doch later kan de pintas den waterafvoer geheel tot zich trekken en de vroegere

bocht kan dan in onbruik geraken en aan één of aan beide zijden toeslibben. Een voorbeeld hiervan vindt men aan de Boven-Kapoewas bij Lanau (Fig. 85) waar het oude rivierbed, de afgesneden bocht, Danau Poetoes Djaras wordt genoemd. De oude verlaten bocht wordt dan ten

tig. 84.

slotte tot een gebogen danan (Fig. 86). Doch ook nu gaat hetzelfde proces van verscherping der bochten geregeld dooi, zoodat weder een nieuwe pintas kan optreden, waarvan dan het genoemde danau een deel uitmaakt. (Fig. 87). In de BovenKapoewas-vlakte komt dit veelvuldig voor-, als^ voorbeelden mogen de pintas Sëmoeloeng even beneden pintas Kaja en voora het^op kaart IV gedetailleerd afgebeelde gedeelte van de Kapoewas tusschen Djongkong en Pyasa genoemd worden. Op haar beurt kan dan die nieuwe pintas weder hoofdstroom worden en kan de eerste pintas weder geheel of gedeeltelijk in onbruik geraken en in een danau veranderen. Op allerlei wijze varieerend herhaalt zich dit proces voortdurend en dit leidt ten slotte tot

Sluiten