Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nische uitvoering van irrigatiewerken speelt de geologische gesteldheid van het terrein een groote rol. Sinds kort is dan ook een geoloog van het mijnwezen gedetacheerd bij het Departement van B.O.W., voor het instellen van geologische vooronderzoekingen bij irrigatieplannen. Zijn arbeid zou in niet geringe mate bevorderd worden, indien geologische detailbeschrijvingen van de terreinen der aan te leggen werken bestonden. Van veel grooter gewicht is nog de prognose omtrent de rentabiliteit van de aan te leggen werken, en daarvoor is geologische detailkennis onmisbaar. Het schijnt ons gewenscht, dit aan enkele voorbeelden te demonstreeren.

In het Verslag der Commissie van advies nopens de werken in de Solovallei blz. 278 werd bij de rentabiliteitsberekening aangenomen, dat in het te bevloeien gebied jaarlijks '25000 bouw suikerriet zou worden gekweekt. Het grootste deel van het gebied dezer vallei bestaat echter uit mergelgronden, die te dicht zijn voor loonende rietcultuur, daar zij afkomstig zijn van het Noordelijke type van het tertiaire heuvelland, dat arm is aan zandige tuffen. Zoolang de betrokken streken niet in detail geologisch beschreven zijn, kan aan een rentabiliteitsberekening der Solovalleiwerken geenerlei waarde worden toegekend.

Hoe waar dit is, is reeds op pijnlijke wijze aan het licht gekomen bij de irrigatiewerken van een zijrivier van de Solo, namelijk de Kening. Het is bekend, dat de verwachte vooruitgang der padicultuur na voltooiing der werken in de Keningvallei is uitgebleven. De pogingen van den resident van Rembang om de te gronde gegane rietcultuur in Rembang te doen herleven, werden bekroond door de oprichting van de suikerfabriek Kebonhardjo in de Keningvallei. Nadat vele tonnen gouds bij deze onderneming verloren gegaan zijn, blijven de resultaten nog steeds van dien aard, dat het voortbestaan der onderneming hoogst twijfelachtig is. Geologische detailkennis had hier veel teleurstelling voor alle partijen kunnen voorkomen.

De grootste teleurstelling levert wel de irrigatie van de Demakvlakte. Deze zeer jonge vlakte is in cultuur gebracht en van een technische bevloeiing voorzien, toen zij in geologisch opzicht nog geheel onrijp was. De vlakte is onvoldoend opgehoogd, het verhang is te gering, de rivieren zijn niet diep genoeg ingesneden, zoodat bandjirgevaren aan de orde van den dag blijven. Ware zij nu opgebouwd uit een vruchtbare klei, dan zouden kostbare kunstwerken rendabel zijn, die de te hoog gelegen rivieren in toom trachten te

Sluiten