Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE MAATSCHAPPELIJKE DEUGD.

(Opgenomen in het: „liet Onderwijs'', van 14 December 1895, No. 50).

De openbare lagere school heeft tot taak „de kinderen op te leiden tot alle christelijke en maatschappelijke deugden". Dit zoo lezende, zou men tot de meening kunnen komen, dat in de Nederlandsche en Indische Openbare scholen de opvoeding in engeren zin de eerste plaats, het onderwijs de tweede plaats innam. Toch zou die meening geheel onjuist zijn. In sommige scholen bekleedt de opvoeding nog eene tweede plaats, van vele mogen we zeggen, geloof ik, dat zij daarin vrij wel achteraf staat. En dit is niet alleen bij ons het geval; zelfs in Duitschland, waar de openbare scholen nog zijn, wat hier eene school met den Bijbel of eene R. C. bijzondere school is, ook daar schijnt het op vele scholen toepasselijk te wezen. In een Duitsch opvoedkundig werk van den tegenwoordigen tijd heet het: „Vele, zeer vele scholen zijn niets anders meer dan inrichtingen voor onderwijs; van het karakter eener opvoedingsschool

hebben zij niets, volstrekt niets overgehouden".

Toch blijft het de plicht van den openbaren onderwijzer om er althans voortdurend naar te streven, overeenkomstig het aangehaalde voorschrift der wet de aan hem toevertrouwde leerlingen „op te leiden tot alle christelijke en maatschappelijke deugden".

6.

Sluiten