Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons de zaken bewust worden. Het Hollandsche kind moge al het onderscheid tusschen iveglec/gen en bewaren niet kunnen uitleggen, het voelt dat onderscheid en wordt zich daarvan bewust. De woorden zijn soms de kinderen, soms de ouders van de denkbeelden. Nu, in dit opzicht is de Engelsche taal zeer rijk, wat niet anders dan heel gunstig kan werken op de geestelijke ontwikkeling der Engelsche kinderen. Iets anders is het ten opzichte der betrekkingsvormen.

Wat een gesukkel voor het Engelsche kind, dat Duitsch moet leeren: nu eens heet you in die taal Sie, dan weer Ihrer, Ihnen of soms nog anders; de vervoegde vorm had van het werkwoord to have is nu eens hatte, dan weer hatten, hattet, hatte e. m. a. Het Duitsche kind heeft geen moeite daarmede, wijl het die vormen in de dagelijksche omgangstaal gebruikt en het onderscheid in beteekenis voelt. Het Engelsche kind wordt zich van de verschillende beteekenissen van het Engelsche had niet bewust.

Het kost een Engelsch kind heel wat inspanning om achter de geheimen te komen van de Duitsche aanvoegende wijze, vooral de Indirekte Rede. Toch zal wel niemand ontkennen, dat dit een waardevol bezit is van 't Hoogduitsch.

In dit opzicht staat het Engelsch bij onze taal en deze bij het Hoogduitsch ten achter. „Maar", zegt men, „wij hebben toch al zooveel taalvormen verloren; de kat heeft de muis gevangen; 1° en 4e naamval zijn hier, gelijk in de meeste gevallen, aan elkaar gelijk geworden, waarom dan ook maar

Sluiten