Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer, van hun vrijheid, van hun toekomst zijn beroofd. Zeker, als rechter, die zich op de wet beroepen moet, zou ik hen óók veroordeeld hebben; maar als mensch, die zich op de menschelijkheid beroepen mag, spreek ik hen vrij. Want bet is immers een feit, door vele dagbladen en monden verhaald, in de samenleving dagelijks te vernemen, in het vonnis van den krijgsraad te lezen, dat in het leger, sedert jaren, op deugdelijke gronden, de meening bestaat, dat het gepleegde vergrijp aan de krijgswetten, geen vergrijp aan de krijgswetten is. Deze omstandigheid, voor den Rechter een reden te meer om gestreng optetreden, vervult den mensch met diep medelijden voor de ongelukkigen, slachtoffers van slechte voorbeelden die jaren lang ongestraft gegeven werden, zoodat het gepleegde vergrijp aan de krijgswetten, in ons leger beschouwd werd als een bevoegdheid, ja, zelfs als een recht.

Maar aan de wet is voldaan. Haar majesteit, zoo lang verduisterd, is door het Hoog Militair Gerechtshof, op indrukwekkende wijze, in haar vol licht herplaatst. Nu het woord aan het Gezag.

Het handhaven van de wet, en toch daarvan weten aftewijken met geven en nemen naar den juisten maatstaf, is wel een der moeielijkste, maar ook een deischoonste, een der meest verhevene plichten van het

Sluiten