Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men tot een totaal komt van 10 + 7 = 17 of gemiddeld bijna 1.9 per jaar.

Nemen we nu verder aan, dat het aantal bevoegden niet meer toeneemt dan het getal der genen die benoemd worden, (in de jaren 1890 tot en met 1898 had men echter eene toename van 18 tot 51 gediplomeerden slechts tot de ranglijst Opzichter 2e klasse), zoo ziet men, dat van die ambtenaren die nog laag op de ranglijst van Opzichter 2e klasse staan, zij onmogelijk tot de gelukkigen kunnen behooren om eenmaal den rang van Architect 2e, laat staan die van ie klasse te veroveren. Ik laat mijne collega's 3e klasse er maar buiten, want voor

hen is het nog treuriger.

Laten we de cijfers eens nader bekijken; wij vinden daaruit eene promotie van bijna 1.0 per jaar; het aantal bevoegden is thans 51, zoodat de opzichter 2e klasse die het laagst op de ranglijst staat en benoembaar is, nog 27 jaren den tijd heeft om tot Architect 2e klasse te kunnen worden benoemd; deze is in October 1891 in dienst getreden, dat wordt dus 34 jaren dienst om tot genoemden rang op te klimmen; daarbij nog te voegen ruim 13 jaren, zooals men hierboven ziet om het van Architect 2e tot ie klasse te brengen; zoo krijgt men een totaa van 47, zegge zevenenveertig dienstjaren, eer men zijn baton de marechal heeft bereikt. Hierbij nog 2 jaren te tellen, dat is 49, dan heeft men recht op vol pensioen van ƒ 450— (dus op den aanvallige» leeftijd

van 49 + 20 = 69 jaar.) .

Maar dit is nu in het gunstigste geval want, zooals blijkt, is de

toename per jaar grooter dan het aantal geplaatsten, met die pensioen nemen en sterven, zoodat de eindconclusie wordt: wij ambtenaren van ± 10 dienstjaren en daar beneden, worden nooit Architect en zijn

gedoemd om als Opzichter ie klasse te worden gepensioneerd of

te sterven.

Is die toestand houdbaar? Naar mijne, en ik geloof naar ons aller meening, neen! Er bestaan grieven in ons corps, doch zijn die ongegrond? Er begint een soort van moedeloosheid te heerschen, maar is die onverklaarbaar? ik geloof het niet, steeds blijven we achtergesteld bij andere Ambtenaren, terwijl in 1885 de tractementen der Architecten met i/4 werden verminderd, alhoewel men hun meerdere werkzaamheden opdroeg en hun grooter verantwoordelijkheid oplegde.

In dus onze wensch onbillijk, dat de tractementen herz.en worden ? en de promotie zoodanig worde geregeld dat men in pl. m. 25 a 28 jaren zijn maximum tractement kan bereiken? en met zooals thans het

o-eval, voor de meeste onzer eene illusie is.

We moeten dan ook voortgaan de Regeering op onzen onhoudbaren toestand te wijzen en haar er van trachten te overtuigen - en ik geloof, dat we bij onzen Directeur hulp en steun zullen vinden zooveel dit in Zijn vermogen is, opdat wij binnen een niet te langen tijd eene betere toekomst tegemoet mogen gaan, wat ik mijzelf en al mijne collega s van harte toewensch.

T.

Sluiten