Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de liefde, die hem bewezen werd, nam het zwakke ventje toe in grootte en sterkte. Op school loerde hij vlijtig. Hij leerde acht te geven op hetgeen door zijn meester Johannsen verteld werd van de liefde Gods in Christus Jezus geopenbaard, hij kwam bij het dooponderwijs, werd gedoopt, en op zijn wensch ontving hij den naam Ernst. En gelijk zijn naam is, is zijn wezen: Ernst.

Yan de gewone school kwam hij op liet seminarie. God was met hem en hij deed een goed examen. Hij hoorde van het begin af gaarne de geschiedenis van Jozef, omdat ook hij zooveel van zijne broeders had moeten verduren en God hem ook een toevlucht bij een vreemden, blanken man had bereid.

Maar nog meer werd zijne ziel getroffen door het lijden onzes Heilands. Zijn hart werd vervuld met wederliefde tot Hem en tot de arme heidenen.

Vóór Ernst als meester en evangelist in de Batang-Tiroevallei te Sigompoelan werd aangesteld, huwde hij met eene christin, die evenals hij den Heer Jezus liefhad en ook in "het huis van broeder en zuster Johannsen was opgevoed. Katharina, zoo is haar naam, is eene stille ootmoedige christin.

Nadat Ernst eenigen tijd schoolmeester op de zendingspost Sigompoelan was, word hij gezonden naar liet district Sibaganding. Daar waren er eenigen die, den wensch uitgesproken hadden, onderwezen te worden in Gods Woord, maar een groot deel dor bevolking, hartstochtelijke kaartspelers, maakte Ernst het loven moeilijk en waren een groote hindernis voor den loop van het Evangelie. Eens op een Zondag vermaande Ernst een partij spelers; een van hen, Ama ni Ponsa, sprong op en riep Ernst met groote stem in het oor: „Je mond is zeker door een bijl in het

Sluiten