Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonden en schulden zijn veel grooter dan van hen." Daarna sprak ik over het eeuwige leven en het oordeel Gods over de ongerechtigheid.

De broeder des konings vroeg: „wat is dat, het eeuwige leven ?"

„Zij, die Gods Woord gehoorzamen en God dienen in dit leven," zeide ik, „zijn op deze aarde reeds gelukkig, vreezen den dood niet, omdat zij kinderen Gods zijn, en zijn na dit leven zalig met en bij hun God in den hemel: dat is het eeuwige leven."

Hij antwoordde: „wat weet ik er van en wat geef ik er om, als ik dood ben. word ik toch aarde!"

„Met immer," zeide ik, „zult gij aarde zijn: wij menschen zijn toch niet met de beesten gelijk te stellen. Zijn de beesten dood, dan is het uit met hen, maar wij menschen zullen weder levend worden."

„Onmogelijk," zeide hij, „leugens!"

„Het is zeker en vast," zeide ik, „want de Heer Jezus is ook dood geweest en weder lovend geworden, en Hij zal eens met vele engelen uit den hemel komen; dan zal eene groote bazuin geblazen worden, om de dooden in het leven te roepen en dan zullen allen uit de graven komen, om geoordeeld te worden naar dat een ieder gedaan heeft."

„Indien dat zoo is, dan moest het maar oogenblikkelijk geschieden," zeide hij: „opdat ik mijn grootvader en al mijne familieden, die reeds gestorven zijn, kon ontmoeten."

„Niet terstond," zeide ik, „maar na de opstanding zullen zij, die den Heer niet geëerd en gediend hebben, elkander in de hel terugzien, en zij die door het bloed des Zoons met God verzoend zijn en den lieer liefhebben in den hemel, want de Ileere Jezus, die ook, zelfs naar den Koran, de Rechter is, zal de boozen van de goeden scheiden evenals

Sluiten