Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt worde, en dat is het, wat de Apostel zijn leerling Timotheus inscherpt. Wie een waar discipel van Jezus Christus wil zijn, kan het op aarde niet gemakkelijk hebben; hij heeft in zijne roeping met vele vijanden te doen. Het lijden, dat de krijgsknechten van Jezus Christus in hun arbeid ontmoeten, is zeer verschillend: nu gebrek aan woning, dan aan het noodige om te leven, hier te strijden tegen do oude gewoonten, daar tegenstand van do naaste bloedverwanten. Ja, dit is duidelijk, maar hoe zwaar ook het lijden is, toch pal staan, want dat is de roeping van een krijgsknecht, zoolang hij in den strijd is. Dat is het, wat de Apostel zegt tot Timotheus; ja hij, de grootste der Apostelen, noemt een en ander van zijn lijden; 2 Cor. 11 : 23—33, hoe hij vijfmaal veertig slagen min één ontvangen had enz. ons tot leering. Ook de Heere Jezus zelf; Hebr. 12 : 2, ziende op den Oversten Leidsman en voleinder des geloofs, Jezus, dewelke voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en de schande veracht. Daarom moeten wij ook niet meenen, dat ons wat buitengewoons overkomt, wanneer wij lijden moeten in onze roeping. O, als wij maar steeds denken aan de woorden van den Heere Jezus!

Maar, waardoor zal ik, dienstknecht Gods, in staat zijn om dit te doen ? De apostel Paulus beantwoordt deze vragen, Hom. 8 : 37—39. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad, en 2 Tim. 2 : 11; Dit is een getrouw woord, want indien wij met Hem gestorven zijn, zoo zullen wij ook met Hem leven. Christus alleen is het begin en het einde van ons geloof. Hem moeten wij steeds in gedachte houden, op Hem zien. Hij is ons voorgegaan in het lijden en in de overwinning, en Hij is het, die zijne krijgsknechten toeroept: zijt getrouw

Sluiten