Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

{De 3' alinea van dit artikel is bij Stil.

1885, n°. 47, ingetrokken.)

Art. 2. ') Van de belasting zijn vrijgesteld : 2)

1°. landbouwers, hunne bedienden in het landbouwbedrijf werkzaam, en zij voor wier rekening de landbouw gedreven wordt. 3)

Met landbouwers worden gelijkgesteld de houders van nipa bosschen en vischvij-

verblijf houdende buiten het gewest van waar zij oorspronkelijk afkomstig zijn. (B. 1682.)

Zie voor deze alinea ook B. 4607, aangehaald bij art. 2, bladz. 12.

l) Zie de toelichting op bladz. 32. l) Theepluksters zijn vrij van belasting. Zij, die slechts nu en dan aan eenig werk komen meehelpen, kunnen evenmin gezegd worden van dat werk een beroep of bedrijf te maken in den zin der verordening. (B. 3322.)

3) Eene aanslag in de bedrijfsbelasting van alle arbeiders, zonder onderscheid, op landbouwondernemingen van Europeanen werkzaam, is in strijd met de wet, vermits, naar de bedoeling van den wetgever, ook op ondernemingen van Europeanen, de bedienden, in het eigenlijke landbouwbedrijf werkzaam, in tegenstelling van hen, die aan de bereiding, enz. van het product deelnemen, vrij zijn van genoemde belasting. (B. 3606.)

Over de vrijstelling van: „landbouwers33 en: „zij, voor wier rekening de landbouw gedreven wordf3, handelt ook nog B. 3734. Daaruit blijkt, dat bij den aanslag der bedrijfsbelasting in eene residentie onderscheid gemaakt werd tusschen personen die sawahs huren, om die zelf te bewerken, en tot eigen levensonderhoud, en de zoodanigen, die zulks doen uit winstbejag en om met de padi, verkregen van de gehuurde gronden, die zij tegen afstand van de helft van het product door de verhuurders laten bewerken, handel te drijven. Personen, tot de eerste categorie behoorende, wor-

Sluiten