Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrijf, handwerk, ambacht of nering uitoefenen.

Bovenstaande vrijstellingen gelden alleen voor de daarin genoemde beroepen of bedrijven.

Art. 3. l)e aanslag geschiedt jaarlijks zooveel mogelyk in den loop van het eerste kwartaal.

Het Hoofd van Gewestelijk Bestuur benoemt daartoe commissiën, bestaande uit minstens drie personen.

Deze commissiën worden, voor zooveel noodig, voorgelicht door zoodanige hoofden en beambten als door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur uit eigen beweging of op verzoek van de commissiën worden aangewezen.

Het Hoofd van Gewestelijk Bestuur kan de verrichtingen, hem bij dit artikel opgedragen , aan de Hoofden van Plaatselijk Bestuur overdragen, voor zoover hem dit met het oog op den afstand en de middelen van gemeenschap noodig voorkomt.

Art. 4. De commissiën zorgen zooveel mogelijk dat de aanslag bedrage twee percent van het inkomen, op de in artikel 1 bedoelde wijze verkregen, daaronder, in het geval van art. 2, n°. 8, het inkomen van de vrouw medegerekend.

Het minimum van den aanslag bedraagt f 1.50 per jaar.

De inkomsten, die in aanmerking komen bij den aanslag in door het NederlandschIndisch Gouvernement geheven wordende grondlasten, blijven buiten aanmerking bij de schatting van het inkomen.

De belasting wordt niet berekend over het inkomen, waarover het patentrecht blijkt te moeten worden betaald.

Sluiten