Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons door merg en been ging. Door den ganschen nacht, in dezelfde houding, met vochtige kleeren aan, gezeten te hebben, deden hare gewrichten, vooral bij de eerste beweging haar ontuitstaanbare pijnen. — Met veel moeite ging zij nu te voet met ons tol wij een uur later aan eene grasvlakte kwamen, waar zij in den stoel kon gedragen worden. — De morgenzon was, na dien killen nacht zoo verkwikkend, dat mijne vrouw uitriep: 0 heerlijke zon! Ik zeide: nu zegt gij dit; maar om 12 uur zult gij roepen:

0, schriklijk, schriklijk middaguur; De zon is gloed, het zand is vuur! want dan moeten wij een zeer steilen berg af, waar de zon ons op hel hoofd brandt. — Na het beklimmen van vele hoogten, het loopen door of langs diepe afgronden en over omgevallen boomstammen, waren wij om 12 uur op dien kalen berg. Hoe nu naar beneden te komen ?

Ik bond mijne vrouw een laken over de borst onder de armen door, bond aan de einden een lang touw, en liet dat door twee Batla's vasthouden, die ons langzaam volgden. Ik hield haar aan de hand, en zoo kwamen wij met Gods hulp in de vallei van Paggaran, en een uur later in het dorp van dien naam aan. Wij hoopten daar nu spoedig een maaltijd te bekomen, maar hoorden met smart, dat er hongersnood was. Er was geen rijst. Gelukkig was de djagong, Turksche tarwe, zoo goed als rijp. Ik kocht er eene hoeveelheid van, waarvoor ik anders twee centen, en nu een halven gulden moest betalen.

De koning van het dorp, een zeer vriendelijk man, nu reeds lang Christen, bracht ons als geschenk eene kip en ongeveer een half pond rijst.

Simon Petrus kookte de rijst en slachtte de kip. Mijne vrouw had nog wat boter en braadde ze daarin.

Wij gingen aan den maaltijd, en nimmer hebben wij

Sluiten