Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de taal en de bevolking beschouwde natuurlijk de naderende vreemdelingen als vijanden- Wegens het zeer gevaarlijke vaarwater kon het schip niet tot nabij het eiland naderen, en moest een groote afstand in een roeiboot worden afgelegd. Yoor de reis naar het verder gele gen Taöean, waar men ook een station wenschte te vestigen kon men zelfs alleen van zulk een boot gebruik mak^n, waarin de Zendelingen met het inlandsche personeel drie dagen en drie nachten moesten doorbrengen. Alleen door met de grootst mogelijke voorzichtigheid op te treden, en terwijl men telkens door het geven van kleine geschenken de bevolking gunstig zocht te stemmen, gelukte het met haar op vriendschappelijken voet te komen, en van de hoofden de toestemming te verkrijgen voor de vestiging der inlandsche leeraars. Op Darnley-Island bleven er twee achter met hunne echtgenooten, op Taöean voorloopig vier, waarvan echter twee voor het nabij gelegen Sabai bestemd waren. De Zendelingen meenden beter te doen deze twee voorloopig op Taöean te laten, totdat zij zich zouden hebben geoefend in het gebruik der landstaal. Men zeilde toen weder naar het Oosten, ten einde een geschikte plaats te zoeken voor de twee leeraars, die men nog over had.

Terwijl de Zendelingen met dit doel in de buurt heen en weer zeilden, ontmoetten zij een boot, die zij op Taöean hadden achtergelaten en waarin zich twee van de daar gevestigde leeraars bevonden, met hunne familieleden. Zij deelden mede, dat twee dagen nadat de Zendelingen Taöean hadden verlaten, het eiland was aangedaan door een handelsvaartuig. De kapitein had een gedeelte van zijn bemanning aan wal gezonden, en terwijl hij de inboorlingen door een aantal gewapende schepelingen op een afstand liet houden, plunderden de anderen de aanplantingen dei bevolking, en keerden met volgeladen booten naar hun

Sluiten