Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ster de ontzettende mare toeriep, dat aan de overzijde, op het Gazelle Schiereiland het noordelijkste gedeelte van Neu-Pommeren, vier inlandsche leeraars waren vermoord en opgegeten. Hunne vrouwen en kinderen verkeerden

in het grootste gevaar.

Brown begreep dadelijk den ernst van den toestand. Hij zond een boodschap naar het inlandsch hoofd, die de voornaamste schuldige was, en verzocht dezen tot hem te komen. Hij kreeg echter ten antwoord dat er nu reeds vier Christenen waren opgegeten, en dat de toespijs reeds gereed gemaakt werd waarmee hij zelf, en de andere Europeanen, die op de eilanden waren, zouden worden genuttigd. Brown was toen van oordeel dat krachtdadig moest worden opgetreden. Hij trad in overleg met Europeesche handelaren van Neu-Lauenburg en Neu-Pommeren, een inlandsche stam schaarde zich aan hun zijde, en er werd een formeele expeditie uitgerust die de schuldigen tuchtigde. De indruk was geweldig; sedert dien tijd zijn de zendelingen nooit weer lastig gevallen op deze wijze.

Dat de zaak groot opzien verwekte zoowel in zendingskringen als daarbuiten, behoeft niet te worden gezegd. De Engelsche Regeering stelde een onderzoek in, maar kon niets vinden, waaruit zij aanleiding kon nemen Brown te straffen. Een aantal deskundigen sloot zich bij dit oordeel aan. Van zeer verschillende ziide is beweerd, dat men Brown om hetgeen hij deed niet mocht berispen. Men zal bij de beoordeeling van deze zaak in aanmerking moeten nemen dat destijds, het bloedbad had plaats in April 1878, nog geen Europeesch bestuur in den BismarckArchipel gevestigd was, zoodat niemand zich geroepen kon achten de schuldigen te straffen. Op dit oogenblik zou zoo iets niet meer noodig zijn. Volgens algemeen gevoelen zou het leven van alle Europeaen en alle vreemdelingen

Sluiten