Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een dienaar om Jezus wil.

2 Cor. 4 : 5.

Het hoofd van de Nestoriaansche Kerk, de Patriarch Mar-Schimmun, die met bezorgdheid gadesloeg, hoe met het binnendringen der Roomschen scheuring onder zijn gemeenteleden ontstond en die als gevolg hiervan den ondergang van zijn volk vreesde, zond ongeveer 12 jaar geleden jonge mannen naar Europa en Amerika met de opdracht naar middelen om te zien, teneinde geestelijken en onderwijzers weer op degelijke wijze te kunnen opleiden tot dienst van hun volk, dat zoo zeer naar geestelijk voedsel verlangt.

Eén van deze mannen was Simon de Kelaita. In 1878 geboren, bezocht hij van zijn 9de jaar af een anglicaansche school, tijdelijk door de Engelschen in Urmia gehouden. Acht jaar later werd hem 't onderwijs in die school opgedragen, terwijl hij tevens behulpzaam moest zijn bij de verpleging van melaatschen in een Engelsch hospitaal aldaar; menigen kranke heeft hij in dien tijd naar lichaam en ziel mogen dienen. Yol ijver en met grooten ernst deed hij ook in latere jaren alles wat in zijn macht stond om degenen die vaak door onwetendheid tot een andere belijdenis waren overgegaan van hunne dwaling te overtuigen, en een groot aantal van hen mocht hij met Gods hulp tot zijn oude Kerk terug brengen. In 1902 ging hij met twee van zijn broeders naar Amerika, waar hij hard werkende het geld verdiende om de onkosten van het universitair onderwijs van zijn broeders te bestrijden, van wien de een aan de universiteit van Watertown, Wisconcin en de andere aan de academie van Dalefield studeerde. Op

Sluiten