Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral over den berg te laten loopen, op welken zijn huis gebouwd was, en zoo maakte Krumm ook kennis met dit huis, het hechtste en sterkste, dat hij ooit op Nias zag. Op eenigen afstand van het huis en daarmee verbonden stond de slaventoren, waarin vroeger de ongelukkige geroofden bewaard werden. "Van hoeveel ellende kon dit gebouw spreken en wat al zuchten waren er al niet uit dezen toren opgestegen! Nu echter sprak Siwahoemola „Ik ben het moorden moe, ik heb opgehouden met oorlog voeren."

Uitgenoodigd door Krumm, ging Soewahoemola na eenig tegenstribbelen mee, en zoo zette de bode des vredes zijn weg voort geëscorteerd door de twee vroegere moordenaars! Weer ging het twee uur verder. Toen was men genaderd aan het dorp van Fadoli en Solago, aan Lolowaoe. Ook hier stond het huis van het hoofd op een berg, nog hooger en nog ontoegankelijker. Met dan met hulp van twee sterke mannen kwam Krumm boven. Maar hij kwam er, en nauwelijks was hij in huis, of Solaöosprak: „De Toea is daar; laat ons bidden." Toen dit geschied was, begonnen de redevoeringen. De Niassers zijn geboren redenaars en kunnen uren aaneen spreken. Siwahoemola nam eerst het woord en sprak drie kwartier lang. De korte inhoud van zijn lange rede was deze: „De Toea is gekomen om de leer der gerechtigheid te verkondigen. Hij is ook door mijn land getrokken. Vroeger voerde ik oorlog, maar nu heb ik opgehouden met moorden. Ik sta mijn menschen toe Christen te worden, doch wil zelf nog wat wachten."

Daarna stond Fadoli op en begon met te zeggen: „God en de Gawe (grootmoeder, vrouw van den zendeling) hebben ook de Iraono Hoena lief." Vervolgens sprak hij over zijn vele rooftochten, die nu voorbij waren, over zijn

Sluiten