Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd te volgen en den God der Christenen te gaan dienen. Twee mannen uit dit dorp werden in het binnenland gevangen genomen en in het blok gesloten. Afore ontving eenvoudig bericht, dat op een bepaalden dag een losprijs van drie honderd gulden moest betaald zijn en dat anders den mannen het hoofd zou worden afgeslagen. Wat moest hij doen? Zulk een hoog losgeld betalen kon hij niet en aan bevrijding kon evenmin gedacht worden. Doch wat gebeurt? In den laatsten nacht bidt één der gevangenen tot den God der Christenen en zegt: „God der Christenen, Gij weet, dat ik onschuldig ben. Ik heb gehoord, dat gij almachtig zijt. Help mij, bevrijd mij, dan zal ik ook Christen worden." Daarna poogt hij zich los te maken en . . . het gelukt. Ook de andere wordt nu bevrijd en ze ontvluchten te zamen het vijandelijke dorp, en terwijl hun bloedverwanten en vrienden hen reeds voor dood houden, staan ze daar plotseling in levenden lijve in het midden van hen. Dat was het werk van den God der Christenen, dien ze nu voortaan wilden volgen en om dadeiijk te toonen, dat het hun ernst was, zonden ze een varken aan Krumm als een geschenk voor zijn God.

Doch ook onder de Iraono Hoena ging het werk gezegend voort. Men stelle zich echter niet voor, dat het geheele volk Christen werd. Het was en bleef maar een klein deel en allerlei omstandigheden werkten mee om den voortgang van het werk te beletten. Zoo b. v. het verspreid wonen der menschen. De Iraono Hoena wonen n. 1. niet zooals de overige Niassers in vaste dorpen, doch ze zijn allen verstrooid in het veld, waar ze armoedige hutten bewonen. Deze hutten worden ieder jaar een keer afgebroken, om ze op een andere plaats weder op te bou,wen. Dit maakt het natuurlijk voor den zendeling bijzonder

Sluiten