Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenschte aan te gaan betreffende het aan de gemeenteinstelling aldaar te geven onderwijs in de Indologische vakken. De gemeente Leiden had nl. de aldaar bestaande instelling opgeheven en nu door de gemeente Delft voldoende voorzien werd in de behoefte aan onderwijs, meende de Minister dat eene doelmatige opleiding der ambtenaren het *best verzekerd werd door eene overeenkomst, waarbij eenerzijds aan de Regeering den noodigen invloed op den gang van het onderwijs verzekerd werd en anderzijds de gemeente gevrijwaard werd voor schade, die het gevolg zou kunnen zijn van uitbreiding der onderwijskrachten by een gering aantal studenten. (•)

Beginselen van de tegenwoordige regeling.

Waarborgen voor algemeene ontwikkeling.

Waarborgen voor kennis der Indische wetenschappen.

Aldus werd met betrekking tot de opleiding der OostIndische ambtenaren den toestand in 't leven geroepen die thans nog bestaat en welke berust op de navolgende beginselen :

1. De candidaten voor den Indischen administratieven dienst behooren blijken te geven van ontwikkeling in algemeenen zin en bovendien van kennis der Indologische wetenschappen.

2. Als waarborg voor het bezit van een voldoenden graad van algemeene ontwikkeling wordt geëischt een bewijs dat voldaan is aan een der volgende examens:

a. bet examen ter verkrijging van een getuigschrift van bekwaamheid tot de studie aan de Universiteit of een der examens, door de faculteiten aan eene Nederlandsche Universiteit afgenomen;

b. het eindexamen van een Hoogere Burgerschool met vijfjarigen cursus in Nederland of in Nederlandsch-Indië, van de Rijkslandbouwschool of van de Polytechnische school;

c. het eindexamen van den voorbereidenden cursus aan de Rijkslandbouwschool (Indisch Staatsblad 1891 n°. 104);

d. het eindexamen van het Koninklijk Instituut voor de Marine of van de Koninklijke Militaire Academie.

5. Als waarborg voor het bezit van voldoende bekendheid met de Indische vakken wordt geëischt een bewijs dat voldaan is aan het z. g. groot-ambtenaarsexamen, dat gesplitst is in twee deelen. Het eerste gedeelte loopt over de volgende vakken:

a. de aardrijkskunde van Nederlandsch-Indië',

b. de Nederlandsch-Indische Wetboeken;

c. de inleiding tot de godsdienstige wetten, volksinstel lingen en gebruiken van Nederlandsch-Indië;

d. de beginselen van de Maleische taal;

e. de beginselen van de Javaansche taal;

Het tweede gedeelte loopt in ieder geval over de volgende zes verplichte vakken; a. de geschiedenis van Nederlandsch-Indti; ö. de land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië;

c. de godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken van Nederlandsch-Indië;

d. de Staatsinstellingen van Nederlandsch-Indië;

e. de Maleische taal;

f. de Javaansche taal;

en bovendien desverkiezende over ieder andere in Nederlandsch-Indië inheemsche taal, waarin onder voldoende waarborgen (ter beoordeeling van den Minister van KoloniCn of van den Gouverneur-Generaal) examen kan worden afgenomen.

(') Begrooting van Nederlandsch-Indie 1894, Memorie van Toelichting sub V blz. 16.

Sluiten