Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE L.

BEPALINGEN betreffende het groot-ambtenaarsexamen voor den Indischen dienst (Indisch Staatsblad 1893 n°. 257).

Artikel 1.

Het groot-ambtenaarsexamen wordt gesplitst in twee gedeelten, waarvan het tweede vergelijkend is. Tot het afleggen van het eerste gedeelte wordt van het jaar 1894 af, en tot het afleggen van het tweede gedeelte wordt van het jaar 1896 af, jaarlijks zoowel in Nederland als in Nederlandsch-Indië de gelegenheid gegeven.

Artikel 2.

Het eerste gedeelte van het groot-ambtenaarsexamen omvat de volgende vakken: le. de aardrijkskunde van Nederlandsch-Indië; 2e. de Nederlandsen-Indische Wetboeken;

3". de inleiding tot de godsdienstige wellen, volksinstellingen en gebruiken van Nederlandsch-Indië; 4e. de beginselen van de Maleische taal; 8". de beginselen van de Javaansche taal.

Tot het afleggen van dit gedeelte van het groot-ambtenaarsexamen worden alleen zij toegelaten, die voldaan hebben aan een der volgende examens:

o. een der examens ter verkrijging van een getuigschrift van bekwaamheid tot de studie aan de universiteit, of een der examens door de faculteiten aan eene Nederlandsche universiteit afgenomen;

b. het bij de wet op het middelbaar onderwijs bedoelde eindexamen van de hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus, of van de Rijkslandbouwschool, of van de polytechnische school;

c. het examen, dat wordt afgenomen van hen, die onderwijs hebben genoten in den voorbereidenden cursus aan de Rijkslandbouwschool, bedoeld hij hel Koninklijk besluit van 9 Januari 1891 n°. 10 (Indisch Staatsblad n°. 104);

d. het eindexamen van de hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus in Nederlandssh-Indië;

e. het eindexamen van het Koninklijk Instituut voor de Marine of een eindexamen aan de Koninklijke Militaire Academie.

Artikel 3.

Het tweede gedeelte van het groot-ambtenaarsexamen strekt zich in elk geval uit over de volgende zes vakken, die mitsdien verplichte vakken worden geheelen: 1". de geschiedenis van Nederlandsch-Indië; 2". de land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië;

3°. de godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken van Nederlandsch-Indië; 4e. de Staatsinstellingen van Nederlandsch-Indië; 5". de Maleische taal; 6e. de Javaansche taal.

Desverkiezende kan men bij het tweede gedeelte van het groot-ambtenaarsexamen ook examen afleggen in iedere andere in Nederlandsch-Indië inheemsche taal, waarin onder voldoende waarborgen (ter beoordeeling van den Minister van Koloniën of van den Gouverneur-Generaal) examen kan worden afgenomen.

Elke taal wordt bij het examen aangemerkt als een afzonderlijk vak.

Tot het afleggen van bet tweede gedeelte van grool-amblenaarsexamen worden alleen zij toegelaten, die aan het eerste gedeelte hebben voldaan.

Zij, die nog tot eenigen dienst bij de marine of bij het leger in Nederland of in Oosi-ot Wesl-Indië verplicht zijn en zij, die uil hoofde van hunne landaard niet in aanmerking kunnen komen voor eene benoeming bij den burgerlijken dienst in Nederlandsch-Indië, worden niet lot het afleggen van het tweede gedeelte van het grool-amblenaarsexamen toegelaten.

Artikel 4.

Wie aan een der beide gedeelten van het groot-ambtenaarsexamen heeft voldaan, ontvangt te dier zake een getuigschrift, waarin vermeld staat welke cijfer hem is toegekend voor elk vak waarin hij geëxamineerd werd.

Artikel 5.

In de jaren 1894 en 1895 wordt het eerste gedeelte van het groot-ambtenaarsexamen afgelegd voor dezelfde

Sluiten