Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEIDRAAD voor eene proefneming met de oprichting van Inlandsche Gemeentescholen op Java en Madoera.

1. Aard en verspreiding van de Gemeenteschool.

De school is, zooals de naam aanduidt, eene gemeentelijke instelling. Om practische redenen echter zullen in vele gevallen eenige gemeenten te zamen moeten volstaan met eene gemeenschappelijke school of hier en daar de omstandigheden het wellicht noodig maken, om voor één of meer gehuchten een eigen instelling in het leven te roepen.

De school is dus bestemd voor één of meer desa's of gehuchten.

In het algemeen zal het aanbeveling verdienen om, waar de omstandigheden dit toelaten, in de eerste plaats de afstand tot de school dientengevolge geen beletsel zou opleveren, voor eenige gemeenten te zamen eene gemeenschappelijke school op te richten, waardoor het groote voordeel verkregen wordt, dat de kosten voor de bevolking gemakkelijker te dragen zijn en de kans geringer wordt, dat de school te eeniger tijd verloopt. Echter worde niet uit het oog verloren, dat door het vormen van te groote groepen van desa's allicht gevaar zal ontstaan voor overbevolking der scholen, met het gevolg dat — hetgeen met het doel der zaak zeer weinig zou strooken — nieuwe leerlingen moeten worden afgewezen.

Bij de oprichting van kring- of groepscholen worde derhalve gelet op het aantal kinderen van zes tot tien jaar, aanwezig in de gemeenten, die zich voorgenomen hebben een gemeenschappelijke school te bouwen.

Wenschelijk zal het zijn geen grooter groepen van desa's te vormen dan met een aantal van i 600 kinderen binnen genoemde leeftijdsgrenzen.

Van de meisjes is het niet te verwachten, dat in de eerste jaren velen de school zullen bezoeken, zoodat aangenomen mag worden, dat bij toepassing van de evenvermelde norm die inrichting jaren lang aan de plaatselijke behoefte zal voldoen, terwijl bij eene latere algemeene neiging tot schoolbezoek bij kinderen van beide seksen in elk geval slechts eens splitsing van den kring zal worden vereischt.

De ligging en de verspreiding behooren zoodanig te zijn, dat de kinderen als regel niet meer dan anderhalf paal behoeven af te leggen om de school te bereiken, welke afstand aldus is gesteld om het ook aan de meisjes mogelijk te maken de school te bezoeken en om de ouders te ontheffen van het meegeven van teerkost.

Wenschelijk zal het zijn zooveel doenlijk te streven naar de verkrijging van één afgeronden kring van proefneming in elke afdeeling, eensdeels om de resultaten der proef beter te kunnen beoordeelen en t. z. t. dienaangaande meer besliste conclusiën te kunnen uitspreken, anderdeels — en dit wel inzonderheid — om de uitoefening van een algemeen toezicht te vergemakkelijken en minder kostbaar te doen zijn.

2. Gevallen, waarin wegens vermoedelijk onvoldoende levensvatbaarheid van het oprichten eener gemeenteschool worde afgezien.

Zoolang in een kring van anderhalf tot hoogstens twee paal straal minder dan 30 kinderen van omstreeks zes- tot tienjarigen leeftijd worden aangetroffen (jongens en meisjes), worde de oprichting eener gemeenteschool achterwege gelaten, tenzij eenige bijzondere aanleiding bestaat, bijv. in minder bevolkte streken, om de school niettemin wenschelijk te kunnen achten.

Rekenende op een schoolverzuim van ± 30 procent, zal, bij een aantal van 30 leerlingen, dagelijks een 20-tal kinderen onderwijs genieten, wat wel een minimum is.

Oudere kinderen, ofschoon tot zekere grens van schoolbezoek niet uitgesloten, worden buiten beschouwing gelaten.

Sluiten