Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK MI.

Van het gébruik en het toezicht op het gebruik van stoomketels.

: ff S ' ' V Arf' 33"-

r. Het, overeenkomstig het bepaalde in dit reglement, uit te

oefenen toezicht op de. stoomketels is opgedragen aan den dienst van' het stoomwezen.

2. De inrichting van dien dienst,wordt door den GouverneurGeneraal geregeld. ^

3. Waar kfachtei'.s die têjgeling voor het onderzoek en de beproeving vdh ■stoomketels andere deskundigen dan de betrokken ambtenaren van het stoomwezen worden aangewezen, bezitten zij dezelfde "bevoegdheden als die ambtenaren en geldt te hunnen Opzichte ooi overigens hetgeen in dit Teglement met betrekking tot de gèhoettide. vérrichtingen voor die ambtenaren» is bepaald: "

Art. 34.

1. De gebruikers van stoomketels dragen zorg :

a. dat de ketels en hetgeen geacht wordt daartoe te behooren, in behoorlijken staat van onderhoud verkeeren;

b■ dat er één of meer glazen buizen ter vervanging van het waterpeilglas aanwezig zijn;

c. dat de drukking van den stoom in den ketel nooit overschrijde het maximum, vermeld in de uitgereikte akte van vergunning;

cL. dat het waterpeil in den ketel nimmer dale beneden het merk, bedoeld bij artikel 18 van dit reglement.

2. Tot een stoomketel worden geacht te behooren de vuurhaard^ de rook- en vuurgangen, de veiligheidstoestellen en al wat dient om gelijkmatigheid in de werking van den ketel te verzekeren.

3. De gebruikers moeten de ketels door personen van voldoende vak- en zaakkennis doen bedienen.

Art. 35.

1. Worden verplaatsbare stoomketels weggevoerd van de onderneming, waar zij zijn gestationneerd, dan zijn de gebruikers verplicht daai^an kennis te geven aan het betrokken Hdofd of de betrokken Hoofden van gewestelijk bestuur.

2. Dergelijke kennisgave is bij elke verplaatsing verplicht voor stoomketels, behooiende bij inrichtingen of bedrijven, welker doel herhaalde verplaatsingen met zich brengt, zooals draaimolens, bioscopen enz.

3. Voor stoomketels, opgesteld op voertuigen en mede bestemd tot voortbeweging daarvan, behoeft bovenbedos 1de kennisgave alleen te geschieden wanneer de verplaatsing langer dart acht achtereenvolgende weken duurt.

Sluiten