Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 18. Voor elke handteekening binnen Nederlandsch-Indië geschreven of door middel van een stempel gesteld op een wissel of ander papier aan order, opgemaakt hetzij binnen, hetzij buiten Nederlandsch-Indië, waarvoor het verschuldigd zegelrecht nog niet is voldaan, wordt eene boete beioopen van vijftig gulden.

Art. 19. Iedere houder van een wissel of ander papier aan order, hetzij in, hetzij buiten Nederlandsch-Indië opgemaakt, die zelf geene overtreding beging door zijne handteekening te stellen, kan het verschuldigde zegelrecht voldoen op de wijze bij art. 14, letter c bedoeld, zonder betaling van of aansprakelijkheid voor boeten door anderen beioopen.

Stelt hij zijne handteekening op het stuk voordat het zegelrecht is voldaan, dan is hij niet alleen strafbaar volgens art. 18, maar ook aansprakelijk voor alle boeten ter zake van hetzelfde stuk door anderen reeds beioopen en kan hij het zegelrecht niet meer voldoen dan met gelijktijdige betaling van de boeten, door hem en anderen beioopen.

De aanwijzing zonder kosten en elke andere, daarvoor in de plaats tredende vermelding, alsmede iederen overeenkomst ten doel hebbende den houder te ontheffen van zijne verplichting om protest te doen opmaken, is nietig, indien zij betrekking heeft op een stuk. waarvoor het zegelrecht niet is voldaan.

Art. 20. (Gewijzigd bij Staatsblad 1892 No 260). Voor brieven (behoudens de toepassing van art. 10), huiselijke papieren en dergelijke geschriften, niet opgemaakt om tot bewijs te dienen, zoomede voor geschriften, bedoeld in het laatste lid van art. 13, en voor geschriften, buiten Nederlandsch-Indië opgemaakt, andere dan de in art. 17 bedoelde, moet het zegelrecht zijn voldaan voordat daarvan woidt gebruik gemaakt op eene der wijzen in art. 23 bedoeld. Voor zoover het niet is voldaan door het gebruik van gezegeld papier, wordt het betaald op de wijze bedoeld bij letter c van art. 14.

Het zegelrecht van tien cent, betaald volgens artikel 10, komt niet in mindering van het te betalen bedrag.

Art. 21. Elke onderteekening van de in de art. 10 en 11 bedoelde geschriften, en elke handteekening op de in art. 11 genoemde geschriften gesteld door in Nederlandsch-Indië wonende

Sluiten