Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zegelrecht van wisselbrieven, briefjes aan order of toonder en ander handelspapier, voor zooveel die geschriften in Nederlandsch-Indië opgemaakt en in Nederland betaalbaar gesteld worden. (Staatsblad 1885 No. 132. gewijzigd bij Staatsblad I892 No. 260).

Art. 1. Wissels, briefjes aan order of toonder en ander handelspapier, in Neder landsch-Indiè opgemaakt doch in Nederland betaalbaar (met uitzondering van de stukken, die hetzij op zicht of vertoon, hetzij uiterlijk binnen drie dagen na zicht of vertoon betaalbaar zijn gesteld), alsmede de duplicaten of kopijen zijn, behalve aan het zegelrecht bepaald in de laatste alinea van artikel 11 der ordonnantie van 11 Augustus 1885 (Staatsblad No. 131), zoo als zij is gewijzigd en aangevuld bij artikel 1 der ordonnantie van 10 December 1892 in Staatsblad 1892 No. 260 ten tweede, bovendien onderworpen aan een evenredig zegelrecht, bedragende vijf cent van iedere honderd gulden.

Voor dit evenredig zegelrecht gelden wel de bepalingen van art. 9 en art. 14, litt. a der aangehaalde ordonnantie, maar niet die

van de artt. 15, 18, 19, en 23.

Art. 2. Deze ordonnantie is niet toepasselijk op de wissels, door of van wege den Gouverneur-Generaal of het Departement van Koloniën, noch op die, door den Commandant der Zeemacht op den Minister van Marine getrokken.

Art. 3. Deze ordonnantie treedt in werking op den isten Januari 1886.

Het vervallen van de vrijstelling van zegelrecht verbonden aan de vergunningen voor vreemde Oosterlingen om op plaatsen, waar geene wijken voor hen zijn aangewezen, zich neder te zetten en elders zich buiten aangewezen wijken te vestigen.

Eerstelijk: In te trekken het tweede lid van artikel 3 der ordonnantie van 6 Juni 1866 (Staatsblad no. 57).

Sluiten