Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. Een k.

Aan te duiden in de gebruikelijke termen.

3e. Kleur.

Idem. Bovendien c. q. of de bruine kleur van ijzer of humusachtige lichamen afkomstig is.

4e. Klaarheid.

Helder, opalesceerend of troebel.

Door bezinking al of niet spoedig helder wordend.

Zoo noodig den aard van 't bezinksel op te geven.

5e. Vaste bestanddeelen.

Door indamping van minstens 250 c.c.M. (zoo noodig gefiltreerd) water en droging bij 110°—120° C. te bepalen. Op te geven per liter water.

6e. Gloeiverlies.

Aan te geven het bedrag per liter water, verder in welke mate het residu bij gloeiing zwart wordt en kwalijk riekende dampen verspreidt.

7e. Ammoniak.

Colorimetrisch door Xessler's reagens in vooraf van aardalkaliën bevrijd water, en vergelijking met een zeer verdunde ehloorammonium-oplossing van bekende sterkte.

Op te geven in m.gr. ammoniak per liter.

Bij benaderde bepalingen kan de kleurreactie aangeduid worden door lichtgeel, geel, lichtoranje of lichtbruinrood, welke verkleuringen respectievelijk gelijken op die, welke ongeveer 1, 4, 7 en 10 m.gr. ammoniak per liter geven.

8e. Salpeterigzuur.

Aan te wijzen door joodkalium- of joodzinkstijfsel of door metaplenvleendiamine. Te bepalen volgens Trommsdorff, of op te geven het aantal minuten binnen welke het water blauw verkleurt.

Sluiten