Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanv. Rechtstreeksche terugbetalingen op deze spaarbankboekjes zijn niet toegelaten, ook al zijn deze toevallig, b. v. voor betaling der rente, ten kantore. Voor de terugbetaling van het tegoed, geheel of gedeeltelijk, moet de Directeur eerst een verzoek van den Hoofd-Inspecteur hebben ontvangen, ten bewijze dat de inlegger aan zijne verplichtingen heeft voldaan. De hierop betrekking hebbende mededeelingen moeten dus door de kantoorchefs worden gericht tot den Hoofd-Inspecteur.

HULPPOSTKANTOREN.

176. Aan den dienst der Postspaarbank wordt alleen deelgenomen door Taak. de hulpkantoren, welke voor de uitoefening van dien dienst zijn aangewezen.

Aan die hulpkantoren kunnen inlagen worden gedaan en terugbetalingen worden verkregen door inleggers, die reeds in het bezit zijn van een spaarbankboekje.

Voor andere handelingen verleenen de hulppostcommiezen hunne bemidling tusschen de inleggers en het kantoor, waaronder het hulpkantoor ressorteert.

Aanv. Ten behoeve van de hulppostcommiezen wordt eene afzonderlijke korte instructie uitgegeven, welke ook aan de kantoorchefs wordt verstrekt en waarnaar zij dus de hulppostcommiezen kunnen verwijzen. Tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is voorgeschreven of door den Directeur verlangd wordt, richten de hulpcommiezen hunne mededeelingen en alle stukken, op den postspaarbankdienst betrekking hebbende, aan den chef van het kantoor, waaronder het hulpkantoor ressorteert.

De kantoorchefs behooren nauwlettend toe te zien, dat de aan den Directeur door te zenden bescheiden van de hulpkantoren geheel aan de voorschriften voldoen, en zij verrichten het noodige om fouten of leemten te herstellen.

177. Eerste inlagen door inleggers, die nog geen spaarbankboekje bezitten, Eerste inlagen, worden bij de hulpkantoren aangenomen ter doorzending naar het kantoor,

tegen afgifte aan den inlegger van een voorloopig bewijs van ontvang form. XVI.

Aanv. Spaarbankboekjes aan nieuwe inleggers worden uitgegeven door de kantoren. De inlegger bi] een hulpkantoor onderteekent daartoe, zoo mogelijk, een door of voor hem ingevuld form. 1 in tweevoud, welke formulieren met het bedrag der eerste inlage per eerste postgelegenheid aan het kantoor worden toegezonden bij eene Nota van verzending (model N2).

Aan den inlegger wordt door den hulppostcommies een voorloopig bewijs van ontvang form. XVI afgegeven, behalve wanneer de eerste inlage geschiedt voor eene vereeniging, eene vennootschap enz. op een form. \d, in welk geval het aan dat formulier gehecht bewijs aan den inlegger wordt uitgereikt.

Het eene exemplaar van form. 1 wordt door het kantoor gebruikt om daarvan de handteekening van den inlegger af te knippen ter opplakking in het stamregister van het kantoor; dit exemplaar wordt daarna met het nieuwe spaarbankboekje en c. q. den bijbehoorenden penning per eerste postgelegenheid aan het hulpkantoor teruggezonden, waar mede inschrijving in het stamregis-

Sluiten