Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Algemeene begrippen omtrent de afkomst of de afstamming der huisdieren en hunne veredeling.

De verschillende veesoorten, die in eene boerderij gehouden worden, komen niet in het wild, wel hier en daar verwilderd voor. Men mag echter aannemen, dat zij afkomstig zijn van dieren die eens in het wild voorkwamen en door den mensch getemd en aan hem onderworpen geworden zijn.

Welke die wilde stamouders waren is echter van de meeste niet voldoende bekend. Nog in de I6e eeuw kwam in verschillende Europeesche bosschen een groot rund in het wild voor, waarvan ook overblijfselen, b.v. schedels, in het Nederlandsche diluvium zijn gevonden en dat met den naam Oerrund of Bos primigenius wordt aangeduid. Vooral op grond van de overeenkomst in de schedelvormen wordt dit rund door lïrrimeier en anderen als de wilde stamvorm van de meeste runderen in noordelijk Europa beschouwd. Daar dit wilde rund' echter niet onbelangrijk grooter was dan de tegenwoordige, in noordelijk Europa voorkomende, runderen en ook de schedels en andere deelen van het geraamte niet volkomen op elkander gelijken, zoo wordt door Wilckens en anderen die afkomst in twijfel getrokken en waarschijnlijk geacht, dat de wilde stamvorm van onze tegenwoordige runderen een ander, reeds vroeger uitgestorven, rund geweest zal zijn. Te oordeelen naar de verschillende in de aardlagen gevonden schedelvormen en andere deelen van het geraamte, mag men ook aannemen, dat er reeds in het wild verschillende rundervormen voorkwamen; en zoo is het waarschijnlijk, dat er, althans van

Sluiten