Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkregen hebben door eenig verschil in bodem en klimaat of doordien bij het aanfokken hier op deze, daar op gene eigenschap meer bijzonder gewicht is gelegd, anderdeels door de afstamming in aanmerking te nemen.

In het eerste geval spreekt men van verschillende slagen, in het tweede geval van verschillende stammen en familien.

Dieren van één stam zijn dan dezulke die een gemeenschappelijke afkomst hebben, 't zij zulks uit de geschiedenis of door mondelinge overlevering bekend is, 't zij door een stamboek kan worden aangewezen.

Nog beperkter is het begrip familie, waarmede men dieren van ééne moeder afkomstig verstaat en waarbij de vaderdieren, inzoover zij niet door afstamming van de moeder, dus door familieteelt daarin betrokken zijn, worden buitengesloten.

Kunnen dus de grenzen van de dieren, die tot een stam of familie behooren, dikwijls vrij nauwkeurig worden aangewezen, veel minder gemakkelijk gaat zulks voor een slag. Daarvan is het begrip veel minder juist bepaald, en ras en slag worden dikwijls dooreen genomen, zoodat wat de een een ras noemt, door een ander een slag genoemd wordt. Zoo beschouwen sommigen al de runderen langs de Noord- en Oostzee als dieren van één ras, waarin dan verschillende slagen kunnen worden onderscheiden, als het Nederlandsche en Oostfriesche veeslag. Anderen onderscheiden bij het Nederlandsche rundvee verschillende rassen en in elk ras weder verschillende slagen.

Wij meenen dat het begrip ras niet te uitgebreid genomen moet worden, want daardoor komt ook de verdeeling in slagen beter tot haar recht. Zoo zou men hier te lande een 5-tal rundveerassen kunnen onderscheiden. Een daarvan vormt het Groningsche witkop- of blaarkop vee, waarvan dan verder eenige slagen, als het Woldjer, Hunsingoër veeslag enz., kunnen worden onderscheiden.

Gelijk op bl. 9 is gezegd, kunnen natuurlijke oorzaken, als bodem en klimaat, aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van rassen of slagen, andere door teeltkeus zijn verkregen. Vandaar de onderscheiding in natuur- of landrassen en fok- of teeltrassen.

Sluiten