Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vroeg rijp — vroeg rot" is een spreekwoord. Wanneer de tandwisseling eerder plaats heeft, een vroegrijp dier eerder volwassen en zijn draagtijd korter is, is dan ook niet de levensduur korter? Voor mestvee maakt dit minder uit, maar voor melk- en wolvee, die elk jaar een product geven en paarden, die men niet graag spoedig „versleten" ziet, is dit iets anders. Het valt niet te ontkennen, dat met de vroegrijpheid, vooral wanneer voeding en verpleging ook daarop worden ingericht, eene verweeking van de constitutie ten gevolge kan hebben, die op den levensduur van invloed is. Maar bij fokvee in het algemeen en in het bijzonder bij melkvee en wolschapen die elk jaar een product geven en bij paarden moeten voeding en verpleging in overeenstemming worden gebracht met het doel waartoe deze dieren gehouden worden. De vroegrijpheid kan ook hier van nut en de voeding daarop ingericht zijn, in zoover de dieren dan eerder in gebruik genomen en voor het gebruik doeltreffender kunnen zijn; maar voeding en verpleging moeten niet zoodanig zijn, dat zij tot eene verweeking van het lichaam en tot ziekelijke verschijnselen of ook tot een mesttoestand leiden. Eene melkkoe, die vroegrijp is, moge niet zoo lang voor de melk kunnen worden aangehouden dan eene laatrijpe; is de tijd van afzetten daar, dan laat zij zich ook gemakkelijker mesten en heeft meer waarde voor de slachtbank; en de waarneming bij het Nederlandsche rundvee leert, dat vroegrijpheid zeer goed met goedmelkgeven gepaard kan gaan. Tot zekere hoogte geldt dit ook voor de vroegrijpe paarden.

g. Geschiktheid tot een waardig voederverbruik. Op bl. 14 en 43 is gezegd, dat dikwijls vee gehouden wordt om, door het vee, van het voeder andere producten als melk en vleesch te verkrijgen. Men kan in dit geval het vee min of meer vergelijken met eene machine, welke die omzetting tot stand brengt., en 't is dan de vraag: welke machine werkt daarvoor het best. dat is welk vee is daarvoor het meest geschikt? De vraag is vooral van belang voor het tot waarde brengen van het voeder, dat op de boerderij zelve wordt voortgebracht of de bodem eener streek oplevert. Voederproeven zijn noodig om dit uit te maken; tot nog toe is

Sluiten