Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beoordeeling in deze richting te veel verwaarloosd en is men te veel op het uiterlijke afgegaan 1).

De geschiktheid tot een waardig voederverbruik kan zoowel eene individueele als eene raseigenschap zijn. Bij het beoordeelen daarvan is het de vraag, welke betrekking er bestaat tusschen het voeder en de productie en welke veesoort, welk ras of welke individuen in dit opzicht het gunstigst werken; ook de leeftijd van het vee kan daarbij soms in aanmerking komen. Zoowel het beschikbare voedsel als het product dat men wil verkijgen komen dus bij de beoordeeling in aanmerking; soms kan het eerste, soms het tweede meer den doorslag geven, maar in 't algemeen, tenzij het vee als een artikel van weelde, sport of tot een ander speciaal doeleinde gehouden en met het oog daarop aangefokt wordt, geldt de vraag: met welk vee wordt het voeder het best tot waarde gemaakt?

De meeste aandacht heeft men in dit opzicht geschonken aan jong vee en mestvee. Zoo zijn er weilanden meer geschikt voor jong vee, andere meer voor mestvee. Ging men dit verwisselen, zoo zou zulks zeker geen gunstig resultaat geven. De bezitter van uitgestrekte heidevelden zal schapen houden en aanfokken, maar om ze vet te mesten moeten betere gronden worden opgezocht. Vroegrijpheid van het ras zal hier minder gepast zijn en meer te pas komen wanneer de schapen ook op goede graslanden aan- en opgefokt worden.

Minder eenvoudig is de beoordeeling van melkvee naar het voeder dat het verbruikt en de melk die het levert. Wordt al in den laatsten tijd op de hoeveelheid en de hoedanigheid der melk, die eene koe levert, de aandacht geschonken, dit is niet voldoende, ook de hoeveelheid voeder en de gewichtsverandering, die het dier ondergaat, moeten in aanmerking worden genomen.

Intusschen treedt geschiktheid voor de productie hier wel het meest op den voorgrond en dus, wat mestvee betreft, de vraag: kan het veel vet en vleesch van goede qualiteit voortbrengen; wat melkvee

*) Dr. Emil Pott, Der Formalismus in der landw. Ticrzucht.

Sluiten