Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groenvoer, in wortel- en knolgewassen en in zuurvoer een niet onbelangrijk deel der stikstofverbindingen geen eiwit is. Soms bestaat dit niet-eiwit, b. v. in de wortel- en knolgewassen, voor een deel uit salpeterzure en ammoniakzouten en dan wordt het voor de voeding als waardeloos beschouwd. Meestal bestaat het echter uit verbindingen, als asparagine en glutamine, waaraan men den naam amiden (amidozuren) geeft. Onder dezen naam wordt dit niet-eiwit gewoonlijk aangeduid. De beteekenis en dus ook de waarde dezer amiden voor de voeding zijn nog niet voldoende bekend. Men weet echter dat zij niet in de plaats kunnen treden van de eiwitstoffen en dat hunne waarde en beteekenis voor de voeding meer gelijk staan met de hieronder te vermelden stikstofvrije extract-stoffen als suiker, zetmeel enz. i).

Van de eigenlijke eiwitstoffen is gewoonlijk slechts een deel verteerbaar, het meest in granen, zaden en koeken, het minst in ruwvoer als hooi, stroo, kaf enz.

Als stikstofhoudende stoffen in een voedermiddel kan men (behalve salpeterzuur en ammoniakzouten in enkele voedermiddelen als de wortel- en knolgewassen), dus onderscheiden: verteer-

1) Volgens de laatste onderzoekingen van Keiler (Chem. Zlg. 31) is asparagine bij vleeschetende dieren zonder werking, maar bij plantenetende dieren werkt het, bij voeder, arm aan eiwit en rijk aan koolhydraten, eiwitsparend, zoodat eiwit, dat, zonder asparagine verbruikt wordt, in het lichaam als orgaaneiwit kan worden opgenomen. Op eene dergelijke wijze werken volgens K. ook ammoniakzouten. Beide bevorderen volgens hem ook de vertering der koolhydraten. De oorzaak daarvan zou zijn, dat asparagine en de ammoniakzouten bij de stofwisseling niet in de plaats treden van de eiwitstoffen, maar indirect werken, doordat zij in het darmkanaal voor de bacteriën tot voedsel dienen, waartoe anders eiwit verbruikt wordt. Deze werking treedt het meest te voorschijn bij voeder, arm aan eiwit. Neemt het eiwitgehalte van het voeder toe, dan wordt de invloed der amiden steeds geringer, aangezien de bij de eiwitstoffen ontstaande splitsingsproducten toereikend zijn om de bacteriën te voeden. Bij voeder; dat rijk aan eiwit is of eene voldoende hoeveelheid eiwit bevat, zouden de amiden dus van geen nut zijn, wel in voederrantsoenen arm aan eiwit, zooals b. v. aan dieren, die op onderhoudsvoeder gesteld zijn, gegeven wordt.

Reinders , Algemeene Veeteelt. 7

Sluiten