Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deld kan men hiervoor ook 4100 Cal. stellen. \ an de koolstofrijkere vetten en oliën is de verbrandingswarmte hooger en kan deze volgens de proeven van Rubner op gemiddeld 9300 gesteld worden.

Volgens deze bepalingen is dus het warmte-effect bij de verbranding van 1 KG. vet 2.3 maal hooger dan van 1 KG. eiwit of koolhydraat. Volgens anderen is dit 2.4 of 2.5; gemiddeld kan men 2.4 aannemen.

Tot zekere hoogte kunnen nu de voedingsstoffen naar evenredigheid hunner verbrandingswarmte in het lichaam elkander vervangen.

Deze door Rübner ontdekte wet kan men de wet van de isodynamie der voedingsstoffen noemen l). Zij verklaart waarom bij de productie van arbeid dikwijls een even gunstig maar ook geen gunstiger resultaat verkregen wordt, wanneer een eiwitrijk voeder gegeven wordt dan wel een eiwitarm voeder maar naar evenredigheid rijker aan koolhydraten of vet, en waarom de voedingsverhouding nu eens ruimer dan nauwer genomen en toch een even gunstig resultaat verkregen kan worden, wanneer slechts de gelijkwaardige (equivalente) hoeveelheid voedingsstof dezelfde blijft; zij geeft ons verder bij het samenstellen van een voederrantsoen den regel, volgens welken de eene voedingsstof de andere tot zekere hoogte kan vervangen, namelijk 1 gewichtsdeel

1) Tegenover dit resultaat, waartoe de proeyen van Rubner, Züntz en andere Duitsche onderzoekers geleid hebben, staat dat van Chauveau , Contejan en anderen in Frankrijk. Chauveau is op grond daarvan van oordeel dat de eiwitstoffen van het voedsel niet direct als bron van kracht voor de spieren dienen. Hij meent die bron vooral te moeten zoeken in het glycogeen, dat in de lever ontstaat en in de spieren verbrandt. (ilycogeen kan nu gevormd worden uit eiwit, uit vet en uit een ander koolhydraat b.v. suiker, en naar de hoeveelheden, noodig om dezelfde hoeveelheid glycogeen te vormen, zijn de voedingsstoffen volgens hem gelijk. Meer bepaald werd dit door hem voor suiker en vet aangetoond en zou 1.52 gew. d. vet gelijk staan met 1 deel suiker. Zij zouden elkander dus niet kunnen vervangen in verhouding van hunne verbrandingswarmte, maar in verhouding van hunne isoglycogenetische werking, dat is eiwit: vet: koolhydraat als 1.22:1.52:1. Jahresbericht der Thier-Chemie, Bd. 28 uit Compt. rendus, T. 126.

Reinders , Algemeene Veeteelt. 10

Sluiten