Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmede de minste zijner handelingen wordt gadegeslagen, niets van de booze uitlegging, aan zijne onschuldigste woorden gegeven. Die zijn brood at, heeft de verzenen tegen hem opgeheven. Die onder zijn dak woonde, heeft zijnen naam bezoedeld. Die hem groet op de straten, heeft medegeholpen om den bodem te ondermijnen, waarop zijn voet gaat. Maar hij weet het niet. Hij vermoedt geen kwaad. Totdat het sloopingswerk is voltooid, totdat hem plotseling openbaar wordt wat gruwel hem en zijn huis is geschied. Maar het is te laat nu. Eer, eenmaal bevlekt, laat zich nooit meer geheel schoonwasschen. Het volksgeloof wil, dat de bloedvlekken van een moord zich niet uit den planken vloer laten schaven. Wie eenmaal door laster is nedergeworpen, richt zich maar zelden weder op.

„Goed geweten vreest geen kwaad." Zeker, dat is schoon gezegd. Maar met dat al — hoeveel geluk is voor altijd verwoest, voor 't minst, hoeveel werkkracht verlamd, hoeveel vroolijkheid uitgebluscht, hoeveel carrières zijn tegengehouden, hoeveel hooge gestalten hebben zich nedergebogen, en hoe bittere tranen zijn er geschreid , omdat de een valsche getuigenis sprak tegen den ander.

Is dit het einde aller wijsheid? Ja, zuchten de menschen. Wees zoo rechtvaardig als Aristides — het booze gerucht is nog machtig u uit Athene te doen verbannen. De laster is onwederstaanbaar. Tegen hem bestaat niemand.

Sluiten