Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een dokter tot man geef: en eene goedgeaarde dochter moet het heerlijk vinden iemand te trouwen, die voor de gezondheid van haren vader nuttig is." Hij is er egoïstisch genoeg voor.

Anderen maken zich vroolijk over hem. Zij lachen om wat zij zotte aanstellerij noemen. Zij vragen hem plagend naar zijne kwalen, naar zijne maag, zijn hart, zijne keel. Zij vinden het bespottelijk zichzelven zoo te kwellen, met zulk een sterk, gezond lichaam.

Voor zich boos èn zich vroolijk maken beide is aanleiding en goede oorzaak. Maar medelijden mag men mijnen vriend Dagobert ook niet onthouden. Hij is voor zichzelven zeer ongelukkig. Op den vroolijksten, lichtsten dag vallen er schaduwen over zijn pad. Zijne aangenaamste ondervindingen worden bedorven door zijn angst. Berouw kwelt hem, als hij denkt hoe moeielijk hij het zijne liefste betrekkingen maakt. En schaamte bekruipt hem bij de herhaalde ondervinding, dat hij niet vermag te overwinnen eene zwakheid, die hij verfoeit en die toch, als hij de pijnen weder voelt —- en hij voelt ze inderdaad — geene zwakheid schijnt, maar zeer gerechtvaardigd verdriet. Toornt over hem, lacht over hem , dezen zelfzuchtigen dwaas ; maar ook beklaagt hem, den ingebeelden zieke, die niet overtuigd kan worden, dat het maar inbeelding is.

Sluiten