Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring. De meeste verhalen liepen over al 't moois dat men zag, en de mooie kleeren, die ook de meiden droegen.

Hare vriendin, de werkmeid zat zoo keurig in haar goed. Zij had verkeering met een sergeant en moest dus knap voor den dag komen. En men kon dat alles in Den Haag zoo gemakkelijk krijgen, heel goedkoop , zakdoeken, handschoenen, mantels, hoeden. Zij had mevrouw gevraagd de kap te mogen afzetten, om de. hoofdpijn en ook: het stond zoo ouderwets. Hare kameraad was Zondags precies eene dame en haar kast was vol van allerlei prachtigs. Hemden had zij met kantboordsels, zoo dege keurig en fijn, dat Lieuwkje in haar geestdrift gezegd had: ,,'t Is zonde, maar Onze-LieveHeer zuu niet weten hè, dat het een hemd waar." En uitgaan was er zoo prettig, telkens wat nieuws, het Bosch, de Maliebaan, de Veenestraat, en in Den Haag kon je als meid ook heel goed ergens gaan zitten.

Niet geheel meer de oude Lieuwkje, maar vroolijk, goedhartig als altijd, en leeren deed zij ook veel. Zoodat zij weder terugging voor een jaar. Moeke had nog gevraagd, of zij thuis zou willen blijven, maar dat wilde zij lang niet. Waarom zou zij? Zij was flink en „kraes" en mevrouw heel tevreden en zij verdiende veel geld. En zoo was zij gegaan met veel goeden raad om zuinig te zijn en niet zooveel aan opschik te denken en vooral heel voorzichtig te wezen.

In dat jaar is het toen gebeurd. Het oude, het niets

8

Sluiten