Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene plaats van rust in eenen stal. En hoe daar Maria, de gezegende onder de vrouwen, haar kind ter wereld brengt en het wikkelt in doeken , „het purper van zijn' majesteit," en het neêrlegt in de kribbe. Van engelen, die verschijnen aan herders in het veld en hun verkondigen de groote blijdschap, die over de wereld gekomen is, en voor hunne ooren zingen van wat nog nimmer menschenoor verstond: Gods welbehagen in allen , wie zij zijn mogen, de eer die Hein-alleen toekomt, en vrede op aarde. Van drie wijzen , drie koningen in hunne pracht, uit verre landen reizend naar Bethlehem in Juda om den jonggeboren Heiland te begroeten. En de ster gaat vóór hen uit en zij volgen dat goddelijke teeken in geloof, schoon niet wetende waar zij komen zullen, en met haar stralen wijst zij hun de „donk're plaats van zijn geboorte," waar zij zich en hunne grootheid neerbuigen voor 't Kindeke, dat óók een wijze en óók een koning worden zou, maar anders, heerlijker, gezegender.

Kerstsproke, zeker. Dit is niet voor aardsche werkelijkheid en menschen zouden dit niet kunnen dragen. Ook zou het al zijne schoonheid en wijding inboeten, omdat het dan zou blijken vol innerlijke tegenspraak te — zijn, welgevallig arbeidsveld voor ontstichtende harmonistiek. Hier hebben dankbare nageslachten in vrome aanbidding, in hooge kracht van verbeelding, de draden geweven van het kleed, dat zij zouden omhangen aan die zij der menschheid grootsten weldoener wisten. Hier hebben zij 't aardsche hemelsch, 't menschelijke goddelijk ge-

Sluiten