Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mededeelingen van professor Tichelaar niet als smet aangewreven worden. Het geheele betoog van den eersten Consul luidde aldus:- »Men kan de moeder schadevergoeding toekennen, maar men mag den schuldige geen kind opdringen dat naar zijne overtuiging het zijne niet is. Het belang der maatschappij zou er toe kunnen leiden het tegengestelde beginsel te huldigen, indien slechts wettige kinderen gewenscht waren; maar de maatschappij heeft er geen belang bij dat de buitenechtgeborenen erkend worden«, wat een geheel ander licht op zijn meening werpt. Napoleon stelde zelfs later een voor de buitenechtelijke kinderen gunstig amendement voor n.m. in het artikel dat voor de erkenning van den vader de toestemming van de moeder verlangde. Ook is volgens genoemden hoogleeraar niet Napoleon het geweest, die 't »het onderzoek naar 't vaderschap is verboden« in al zijn wreedheid in den C. C. deed opnemen maar is het eerst na een amendement aldus geschied.

Zonder veel toelichting werd dan in 1823 in ons eigen wetboek hetzelfde beginsel vastgelegd. Niet alleen sprak men toenmaals Fransch in onze Tweede Kamer, men dacht en voelde blijkbaar ook zoo. Twintig jaar later verscheen het eerste protest, in antwoord op een aan dat onderwerp gewijd proefschrift. Nog een 30 jaren moesten verloopen, vóór de kwestie een min of meer brandende werd, ook in Frankrijk zelf.

In 1872 verscheen van de hand van wijlen Mr. Tavenraat een dissertatie: »Over de verplichting tot alimentatie van onechte kinderen«. Ik wil hieruit het volgende citeeren: »Men werpe mij niet tegen: »men klaagt immers niet, het gaat ons immers goed, de zaken marcheeren««. Yoor wie gaat het goed? Voor de rechtbanken, de advocaten, wier taak licht, voor de mannen, wier verplichtingen nul zijn gemaakt. Maar voor de andere

Sluiten