Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE IV.

aan de inwilliging van de rechtmatige eischen, die ook wij nastreven. Wie het onderste uit de kan wil hebben, komt bedrogen uit; en wie te veel bewijst, bewijst niets.«

En verder: »Wie spreekt van den zedelijken plicht van den verwekker om vóór alles zich vader te gevoelen van zijn buiten huwelijk geboren kinderen, vergeet ten eenenmale, dat de vaderlijke gevoelens zich niet door wettelijke bepalingen laten dwingen of in het leven roepen, en sluit geheel 't oog voor de naakte werkelijkheid. De onwettige kinderen zijn de vrucht meest van zinnelijken hartstocht, geenszins van teedere verlangens naar nakroost; en het ongewenschte kind, dat de vrucht is van dien hartstocht, wordt door den verwekker veel eer gehaat dan bemind. Men kan dien laatste zeer zeker dwingen tot de opvoeding van dat kind geldelijk het zijne bij te dragen; maar het blijft een vrome wensch hem daarnevens de verplichting op te willen leggen vaderlijke gevoelens daar tegenover te koesteren. Daarenboven: welk een scheeve verhouding spruit niet voort uit het officieel vader genoemd worden van het onwettig kind, zonder dat terzelfdertijd de moeder als levensgezellin erkend wordt. De verwekker komt dan tot het kind in een gansch andere positie te staan dan tot de moeder; terwijl het kind, ook indien zijn moeder van veel lager stand is dan de vader, uit den aard der zaak dan dezelfde rechten zal willen doen gelden als de wettige kinderen van dienzelfden vader, waarmede weer chantage en verleiding tot buitenechtelijk vaderschap wordt in de hand gewerkt. Onmogelijke toestanden worden dus op die wijze geboren, de huisvrede ondermijnd en het kind van zijn moeder vervreemd.1)

Hoe wij de zaak ook bezien, wij moeten den eisch van alle onderscheiding in benaming te doen vervallen beslist afwijzen, al moge zulk een eisch ook zijn ingegeven door edele drijfveeren. Hoeveel wij ook gevoelen voor de wenschelijkheid om de huidige schrille tegenstelling tusschen de lotsbedeeling der wettige en onwettige kinderen te verzachten, en om zoowel de verkettering der ongehuwde moeder als het hardvochtig oordeel der openbare meening over het onwettig kind te temperen, wij achten het terzelfder tijd hoogst bedenkelijk en verre van billijk om het verschil van den band tusschen den verwekker met het kind in en buiten huwelijk dermate te willen doen verdwijnen, dat zelfs geen naamsverschil meer zou mogen overblijven. Wie een dergelijk overdreven standpunt huldigt roepen wij toe: »non tali auxilio«.

*) De spatieering is yan my.

Sluiten