Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting heeft uitgelaten. Doch men moet niet meenen, dat de Referent als tolk der Commissie is opgetreden. Dr. De Moor kan zijn meening vasthouden èn de Referent. Ook Spr. zelf houdt zijn eigen meening en deze is min of meer in strijd met die van den Referent, bepaaldelijk waar deze de „paleizen" van Bilderdijk, enz. tegenover de „prieeltjes," enz. der nieuwere heeft gesteld.

De Referent antwoordt opnieuw en dankt den Voorz., dat deze 't hem al eenigszins gemakkelijk heeft gemaakt.

Spr. drukt zijn twijfel uit, of Dr. de Moor er nu nog wel zoo over denkt als in vroeger jaren. Immers, de „tachtiger" richting is uitgebloeid, heeft fiasco geleden. De mannen dezer richting hebben elkander afgemaakt. Hebben zij zeiven dit gedaan, dan behoef ik me niet te schamen, dat ik bij alle waardeering voor 't geen er in die richting ook te waardeeren is, toch er voor waarschuw, vooral met het oog op de gevaren voor godsdienst en zedelijkheid. (Applaus.)

De heer De Boer wenscht nog een opmerking te maken over 't gebruik van vreemde woorden. Ook hij is hierover hard gevallen in de „Jongelingsbode". Velen schijnen van meening te zijn, dat alle gebruik van vreemde woorden uit den domme en uit den dwaze is. Doch dit is niet de weg om uit de moeilijkheid te komen. We moeten de vreemde woorden leeren verstaan. Spr. wil juist voor 't matig gebruik van vreemde woorden den Referent hulde brengen. (Applaus.)

Deze zelf neemt nog eenmaal 't woord om mee te deelen, dat hij ten opzichte der „nieuwere" niet wil toepassen het: „raakt niet," enz., maar alleen wil manen tot voorzichtigheid en vooral tot goede leiding.

De Voorz. sluit de discussie, dank brengend aan de verschillende sprekers.

Hij stelt nu de vraag aan de orde: „Moet het voordragen al of niet een ondergeschikte plaat3 innemen in onze afdeelingen?

De heer Pelleboer zegt, dat het veel in onze afdeelingen voorkomt, dat vele leden geen vrijmoedigheid hebben om te spreken; is voor dezulken het voordragen, al staat dit vaak op een te laag peil, niet het middel om ze aan 't spreken te krijgen!

De heer Zeverboom vraagt, wat „ondergeschikt" hier is.

De Voorz. meent, dat de heer Zeverboom vraagt naar den bekenden weg.

Ds. Tichelman is 't niet*met den Voorz. eens. Op de meeste afdeelingen is na de Bijbelbesprekingen het voordragen het eerst en het meest aan de orde. Laat dit anders worden en op den voorgrond komen het leveren van een opstel en laat de voordracht, die geleverd moet worden, goed zijn ingestudeerd en door critiek worden gevolgd.

De heer Pelleboer komt nu ook met de vraag, wat de bedoeling is: Een ondergeschikte plaats in de afdeelingen van 't Verbond of in de afd. voor Letterkunde?

Ds. Tichelman zegt dat elke afd. van 't Verbond na de Bijbelbespr. een afd. voor Letterkunde is.

Sluiten