Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„lauwe" afdeelingen, die niet komen en niet willen meedragen in de kosten.

De heer Hardonk (Deventer) doet de vraag: .waarvan zal de Bondspenningmeester betalen?" „Van het tekort?"

De Bondsvoorzitter deelt namens het Hoofdbestuur mede, dat dit tegen aanneming van het voorstel adviseert.

De heer La Maitre (Zwolle) verdedigt het voorstel krachtig. Het beginsel heeft de sympathie van „de Heere is onze Banier". Men moet de zwakken steunen; zal men nu zoo maar het voorstel verwerpen, zonder dat daar een stem is gehoord ter verdediging ? Wordt het aangenomen, dan kan men beter in alle hoeken des lands den Bondsdag houden. De totale som der reiskosten is toch ongeveer dezelfde.

De heer Willem se vraagt, waar men toch het geld vandaan zal halen, om dat op de vergadering uit te keeren. Komt dan alles weer binnen? Dat betwijfelt hij zeer. Maar afgescheiden van deze technische vraag, wijst hij op het feit, dat de Bondsverg. dan hier, dan daar gehouden wordt, waardoor de reiskosten door de afd. kunnen worden gerekend over verschillende jaren, en juist hetzelfde bereikt wordt als 't voorstel wil.

De heer Strrjdbis (Broek op Langedijk) verklaart zich, namens zijn afdeeling voor het voorstel, omdat B. o. L. zoo afgelegen is.

Het voorstel wordt hierna in stemming gebracht door zitten en opstaan van stemgerechtigde afgevaardigden, en verworpen met 76 stemmen voor, en ongeveer 150 stemmen tegen.

Aan de orde voorstel nr. 2: (Bondsbestuur)

Art. 2 van het Huishoudelijk Reglement worde gewijzigd, door daaraan toe te voegen de woorden „en een bibliothecaris" en het eerste gedeelte van genoemd artikel aldus te lezen:

„Het Hoofdbestuur benoemt uit zijn midden: een Voorzitter en een of twee vice-Voorzitters, een Secretaris, een Penningmeester en een Bibliothecaris. De leden van," enz.

Het Bondsbestuur bedoelt met deze wijziging uitvoering te geven aan zijn voornemen tot het stichten van een Studie-Bibliotheek ten dienste der afdeelingen.

De Bondsvoorzitter licht dit voorstel toe.

Ds. Veen vraagt: „mag men nu reeds spreken over de inrichting van zoon bibliotheek? Hij voelt veel voor een „reizende," die minder duur is. Anders gaat er voor port enz. veel verloren.

De Bondsvoorzitter zag gaarne de inrichting aan het Bondsbestuur overgelaten.

De heer De Boer (Amsterdam) vreest voor de uitvoering en de hooge kosten. Waarom maakt men geen gebruik van de universiteitsbibliotheken en arondissementsbibl. voor onderwijzers?

Is het nu wijs, dezen weg op te gaan?

De heer Willem se vindt deze voorstelling onjuist. Het Bondsbestuur bedoelt voorshands andere boeken, als die welke daar gevonden worden.

Het heeft voorloopig het oog op lectuur voor onzen arbeid. B.v. grondslag, ringbladen, wereldbond, buitenland, vereenigingsarbeid.

Sluiten