Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men wil beginnen de afdeelingen te helpen. De zaak moet groeien.

De heer Marmelstein vraagt, waar het Bondsbestuur denkt te halen de 3 a ƒ600 noodig voor deze zaak.

De Voorzitter meent dat de heer Marmelstein, als lid van het Hoofdbestuur, dit aan zichzelf vraagt en dus ook een antwoord moet kunnen geven en wijst er op, dat recensieboeken alvast een mooi begin zouden kunnen maken. Deze bevatten wel meestal niet stof over onzen arbeid, maar over den inhoud der voorgestelde studiebibliotheek verschilt hij dan ook wel eenigszins met den Secretaris.

Na een korte bespreking wordt het voorstel door het Bondsbestuur ingetrokken.

Als laatste punt der agenda komt nu aan de orde het voorstel van het Bondsbestuur:

„De Bondsvergadering spreke de wenschelijkheid uit, dat alle afdeelingen rechtspersoonlijkheid vragen.

De heer Willemse licht dit voorstel toe. Het is geboren naar aanleiding van de geschiedenis-Westland. Het Bondsbestuur tracht zich een verbond te denken, bestaande uit vereenigingen, en niet, zooals nu, uit leden, 't Verbond is nooit gevormd geweest uit leden, en elke bepaling die dat omschrijft, strijdt met't eigenlijk bestaan en met de geschiedenis. Uiterlijk zal de toestand dezelfde blijven, maar inderdaad wordt hij gewijzigd, het onzuivere verdwijnt, ook Westland's gedachte zal dan geen moeilijkheid meer geven.

Zou het niet kunnen, dat het Bondsbestuur voorstelde, een commissie te benoemen, die als de vrienden de wenschelijkheid van „alle rechtspersonen" aanvaarden, overweegt welke bepalingen in de Bonds Statuten moeten worden gewijzigd, 't Volgend jaar zou die dan aan de orde kunnen komen.

De heer De Boer (Amsterdam) vindt het uitspreken van de wenschelijkheid goed. Maar daarmede zijn we er nog niet. Jaren zullen er meê heen gaan. En dit is geen oplossing van de zaakWestland. Daarom wil hij eens in de vergadering deze gedachte neerleggen: het invoeren van het stelsel werkende-leden in het Verbond, evenals in groote afdeelingen. Dat lijkt hem veel mooier weg.

De heer Landstra (Leeuwarden) begrijpt niet, dat er altijd nog zooveel afdeelingen zijn, die de Kon. Goedkeuring op hare statuten niet aanvragen. Hij wekt haar daartoe krachtig op. Het is zeer wenschelijk.

Men kan in omstandigheden komen (hij noemt een voorbeeld) dat men financieel schade ondervindt, indien men geen rechtspersoonlijkheid bezit.

De heer Bos (Amsterdam) wijst op de moeilijkheden voor die afdeelingen, die op hun beurt weer afd. zijn van een hoofdvereeniging, bij het Verbond aangesloten. Kunnen wij de Kon. Goedk. verkrijgen? De een meent wel, de ander niet.

De heer Visser (Zwolle) spreekt er zijn verwondering over uit, dat de afd. met de rechtspersoonlijkheid nog niet verder zijn. Voor jaren wekte de heer Van Bommel ze reeds te dien opzichte op.

De vraag is echter: zal het Verbond bereiken, wat het zich voorstelt? Zal de Regeering het goedkeuren?

Sluiten