Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder emigranten en die van het Witte-Kruis rijk gezegend werd, op menige plaats door cursussen, lezingen, openbare vergaderingen de strijd der geesten onder de oogen werd gezien en de gezichtskring ruimer werd; als wij bedenken, hoe door onze Bondsagenten en anderen met gewenscht resultaat het goed recht en de zegen der Chr. Jongelingsvereeniging werd bepleit, en, — wat wij vooral niet mogen voorbijzien, — dat door onzen arbeid menige jonge man kwam tot overgave van zijn hart aan den Heer, is er dan, om met dezen enkelen greep uit den grooten voorraad te volstaan, niet stoffe te over om uit te jubelen:

Dankt, dankt nu allen God Met blijde feestgezangen:

Van Hem is 't heuglijk lot,

Het heil, dat wij ontvangen!

Hij ziet ons in Zijn Zoon Altijd genadig aan,

En heeft ons dag aan dag Met goedheid overlaan!

Immers, alleen God de eere. 't Gaat ons als Luther, die een paar jaren vóór zijn dood tot Melanchton zeide: „wat hebben wij toch eigenlijk gedaan? We hebben meêgeloopen met de getelden, wij hebben de bazuin geblazen en 't andere kwam van zelf." Maar wat „van zelf" kwam, kwam van God en daarom van niets, van niets de eer aan ons, doch alleen aan Hem. Toen Hendrik V van Engeland in 1415 de schitterende overwinning bij Azincourt op de Franschen had behaald, verzocht hij den veldprediker een psalm te lezen. En deze begon en las, Psalm 115 openslaande: „Niet ons, o Heer! niet ons, maar Uwen naam geef eer." Maar nauwelijks hadden deze woorden weerklonken, of de koning steeg af van zijn paard, de generaals stegen af van hunne paarden, en de officieren, en de manschappen, ja allen, en ze knielden als één man neder, om Gode de eer te geven voor den triumf, behaald dien dag. En in zwijgende aanbidding liep alles uit. Laat het „Soli Deo Gloria!" alleen Gode de eer! in stilte ook door ons worden gebracht.

„De ware dank is niet 't geluid,

„Maar 't heilig zwijgen van de ziel,

„Die waar ze in 't stof der aarde viel,

„De voeten Gods omsluit."

En zoo kan de dag aan 't Swarte Waeter worden een Witte dag!

Dat te meer als wij bedenken, dat wij op een Bondsdag bijeen zijn. Wat schoone ure, die ons vereent! Ja, als ik u zie, Bondsbroeders, uit alle oorden des land saamgestroomd, dan komt er een wondere geestdrift op in mijne ziel! Van Paulus lees ik ergens: „en Paulus de broeders ziende, dankte God en greep moed." Al zijn de omstandigheden „gansch zeer" onderscheiden, dat woord neem ik over. Dat ontmoeten ontmoedigt niet, maar bemoedigt, geeft moed. In een koninkrijk, dat der Vereenigde Nederlanden,

Sluiten