Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk wij samen zaten heden,

Zoo waren and'ren eens geschaard:

En, zijn wij allen afgetreden,

Dan zijn weer and'ren saamvergaard.

Al mocht ons 't feestuur vreugd bereiden,

Straks trekt weer feest en vreugde heen;

Op alle samenzijn volgt scheiden,

Geen groep blijft hier voor lang bijéén.

Maar wenden straks naar alle zijden Uit Zwoll' zich onze paden heen;

Voert straks de wisseling der tijden Ons weêr — misschien wel ver — uiteen;

Toch zal, schoon onze wegen weken,

Hier links, daar rechts, door 't wentlend lot,

Geen scheiding ons Verbond verbreken,

Vernieuwd in Zwolle: „Eén in God"!

en daarna ging Dr. De Moor voor in dankgebed.

Het wachtwoord was nu naar de

SAMENKOMST IN DE GROOTE OF ST. MICHAELSKERK.

In 't ruime kerkgebouw bleef geen plaatsje onbezet, neen meer dan dat: velen moesten zich vergenoegen met een staanplaats.

Na het zingen van Psalm 150 zette de vergaderde menigte zich om te luisteren naar het openingswoord van Ds. Veen, dat tot uitgangspunt had Joh. 15 : 1—12, en vooraf was gegaan door gebed, waarin hij vurig Gods zegen over deze bijeenkomst afsmeekte. In 't Huis des Heeren, zoo sprak hij vervolgens, heet ik u welkom, u leden van het N. J. V., u gemeente van Zwolle, die het N. J. V. zooveel liefde hebt bewezen deze dagen. De eerste banden werden gelegd in de voorbereidende samenkomsten; gij, gemeente, hebt heden die banden vaster gesnoerd. Het N. J. V. is u oprecht dankbaar.

Schoon, nu en dan zelfs wegslepend schoon, liet het Zwolsch Chr. Mannenkoor zich hooren in eenige liederen. Onder leiding van haren Directeur, den heer Van Breemen, zong het achtereenvolgens a capella:

VERTROUWEN OP GOD.

Waarom getreurd in dit voorbijgaand leven,

Hoezeer dan ook van jamm'ren zwaar;

Waarom gevreesd, waartoe dat angstig beven,

Bij eiken schijn van nad'rend noodgevaar.

Houdt op, laat af, van 't bitter eind'loos klagen,

Volbrengt uw plicht en dan vertrouwd op God;

Hij zal gewis u door zijn Almacht schragen,

Hij d'Opperheer, Beschikker van uw lot.

God houdt van 's levensloop de teugels,

Hij leidt ons aan zijn Vaderhand.

In schaduw van zijn lief de vleugels,

Naar 't waar, naar 't eeuwig Vaderland.

God is uw steun, uw troost, uw vriend, uw vader,

Hoe vreemd ook 't pad, dat gij bewandelt, schijnt,

Sluiten