Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Utrecht, en in 695 werd de Evangelieprediker Willebrord daar de eerste bisschop. Toch maakte het Christendom geen grooten voortgang bij de Friezen, wier koning Radbod daarvan een groot vijand was. In 754 werd zelfs de prediker Bonifaeius bij Dokkum vermoord. Doch toen Karei de Groote de I' riezen en Saksen overwonnen had, hield langzamerhand het verzet tegen de nieuwe leer op, en omstreeks het jaar 1000 was het Heidendom uit deze streken verdwenen.

De gevolgen der groote verandering waren hoogst gunstig. De lijfeigenschap werd verzacht, de vrouw beter behandeld, wraakgierigheid en bloeddorst, dronkenschap en zedeloosheid werden tegengegaan. De kloosterlingen wekten door hun voorbeeld de inwoners op tot bebouwing van het land, waardoor een einde aan het zwervende leven kwam. Weldra vertoonden zich tusschen de wouden groote plekken bouwen weiland. In de plaats der wilde dieren kwam een veestapel; polders werden ingedijkt, moerassen drooggemaakt, zeeweringen opgeworpen, kustbakens verrezen. Zoo werkte het Christendom in geestelijken en stoffelijken zin zegenrijk.

Van 800—1000 had ons land veel te lijden van de invallen der Heidensche volken uit het Noorden. Men noemt hen Aoormannen. Zij waren de beste zeevaarders van dien tijd. Met groote vloten kwamen zij aan onze kusten en drongen vaak ook landwaarts in. Witlam (eene nu verdwenen stad aan den mond der Maas), Utrecht, Antwerpen en Dorestad werden door hen geplunderd en gingen in vlammen op, Maastricht en Luik gebrandschat, dorpen en kloosters ver¬

woest, net vee werd gedood, het rijpe koren meegenomen, het onrijpe vertrapt. Niemand leed hieronder meer dan de gewone vrije. Om zijn leven te redden, gaf hij zijne geringe bezittingen aan een machtig edelman of aan de kerk, mits

Sluiten